Wart de Bever

Wie Zwitserland zegt, denkt chocolade, bergen, koeien en sneeuw natuurlijk. Ik keek er al echt naar uit. De beelden in de krant uit België zagen er geweldig uit, toch voor de sleeënde kinderen, iets minder voor de sleeënde auto’s. Met de slee naar school, de winkel, de bakker, …. Ik zag het al helemaal zitten en vol verwachting kochten we een extra slee, zo een echte houten waar de kinderen allebei op konden.
En dan kwam de sneeuw eraan ! En daarenboven was het weekend, dus was ik helemaal klaar om de weekendse boodschappen met de slee te doen, naar de post, naar de bakker, … . Maar dat was buiten de Zwitsers gerekend. Als het ’s nachts stopt met sneeuwen, wordt er geruimd en gestrooid. Geen nood dacht ik, er is nog steeds het voetpad. Maar neen, ook het voetpad wordt hier helemaal vrijgemaakt, zelfs in onze doodlopende straat. Morrend ging ik dan maar te voet brood halen, zonder slee.
Maar, zondag rustdag blijkbaar, want de sneeuw wordt niet geruimd ! De slee werd bovengehaald en ik pakte mijn boodschappentas. Om dan te bedenken dat de post dicht is op zondag en dat ik gisteren al brood gaan halen was. Zucht.
Maar als ik op maandagmorgen zonder ongelukken naar de bushalte kan stappen, ben ik toch wel blij met de Zwitsers en hun precisie.
Jaja, ik weet het wel, de fietsers zijn de zwakke weggebruikers. Ze redden bovendien de planeet van alle as en doem(p) die mijn auto uitstoot.
Maar verkeersregels, daar hebben ze toch geen kaas van gegeten, hoor! Ik wil niet mekkeren over het feit dat ze op de rijbaan rijden in plaats van op het fietspad, toch niet in deze barre tijden van ijs en sneeuw. Maar de voorrang van rechts geldt voor elke weggebruiker, tenzij u met een tram rijdt in stedelijk gebied.
Dus, jongedame op de fiets, als u op een kruispunt van 2 donkere, niet-geruimde wegen een auto van rechts ziet aankomen, stop dan even. Vooral wanneer er geen straatverlichting is, u geen fietslicht bezit en bovendien helemaal weggestopt bent in uw zwarte kleren en dito muts.
Want als de bestuurder lijkt op mij, is die waarschijnlijk eerst naar rechts aan het kijken (voorrang, weet u wel) en wanneer u dan ineens uit het duister VAN LINKS opduikt, staat de auto op de bevroren ondergrond niet in één seconde stil. Mijn hart daarentegen…
Spreken we dat dan zo af? Want vergeet niet dat er een reden is waarom u als ZWAKKE weggebruiker wordt bestempeld; mijn auto kan wel tegen een stootje.
GELUKKIG NIEUWJAAR EN MAAKT NU VLUG DAT GE OP REGIME GAAT, GIJ VET ZWIJN, VOOR GE EEN ATTACK KRIJGT VAN AL DAT GEVREET EN GEZUIP!
JUTBLOGT wens u een Spetterend 2010. Met dien verstande dat wij niet willen dat uw ledematen door overmatig alcoholgebruik over Vlaanderens wegen verspreid liggen.
Gewoon een Fijn Oudjaar en een Hupsch Nieuw Jaar. Uiteraard inbegrepen de obligate gezondheidswensen voor U en Uw Naasten. Dat spreekt.
Wij, de Redactie en alle Medewerkers, hopen dat jullie dit jaar plezier gehad hebben van onze hersenbrouwsels en dat jelui ook in 2010 niet zullen nalaten om er verder van te genieten. Of u er aan te ergeren. Geheel naar keuze.
Hoe dan ook: Gelukkig Nieuwjaar!
Langzaam kwam de Kerstman naderbij geslopen, zijn rode pak stak schril af tegen de witte sneeuw.
Hij hijgde, en loerde angstig om zich heen.
In het schijnsel van de straatlantaarns tekende de schaduwen van de huizen zich af. De Kerstman keek naar de gevels, alweer waren er trofeeën bijgekomen.
De Kerstman begreep het niet, van een hert of een everzwijn hingen ze alleen het hoofd trofeegwijs boven de schouw, van menig dier werden pelse frakken gemaakt, konijnen hun poten gebruiken ze als geluksbrengertje, maar dit…
Angstig drukte hij zich tegen de grond, hoorde hij voetstappen?
Een schot weerklonk in de koude nacht, en opgewonden kinderstemmetjes gilden ‘we hebben er één, we hebben er één.’
Vader haalde een eindje touw, bond dat rond Santa zijn buik en onder applaus van de familie werd het levensloze lijf van deze ooit zo vrolijke dikkerd aan de gevel van de fermette bevestigd.
k zie hem daar al lopen Jozef, met aan zijn ene arm zijn puffende Maria en onder zijn andere arm een stenen tafel.
En elke keer zijn Marie weer een wee moest opvangen en ze aan de kant gingen zitten begon weer de discussie over de voornaam en ging Jozef met zijn tafel op schoot weer het lijstje af.
Het kon Marie al lang geen fluit meer schelen hoe de baby zou heten zolang ze maar ergens warm en droog kon persen straks maar neen Jozef ging voor een consensus. Een consensus, jezus mompelde Marie waarop Jozef “Jezus” beitelde op zijn stenen tafel want die naam hadden ze nog niet.
Maria roloogde en zuchtte eens diep. Wat had ze toch gezien in die simpele timmerman die duidelijk zijn wereld niet kende.
Jozef hoorde haar zuchten en dacht dat er weer een wee aankwam.
Maria moest nog even inwendig gniffelen omdat iedereen er toch maar mooi ingelopen was … onbevlekt ontvangen, moeha. Ik kan het toch goed uitleggen dacht ze en stiekem hoopte ze dat het kind in haar schoot dàt tenminste van haar zou erven …
En daar gingen ze weer verder richting herberg ofzo …
Gaia lanceert Diervriendelijke ganzenlever. Ten eerste is iets waar geen ganzenlever aan te pas komt, géén ganzenlever maar deze faux pas kan ook aan de journalist liggen.
De faux gras daarentegen is helemaal de schuld van de Michel. Wat gaan we nog krijgen? Nepvlees? Ow dat bestaat al. Valse prepare? Idem.
Volgens mij is het enige dat niet bestaat alsofvis. Maar voor de rest is er een hele industrie gewijd aan het fourneren van dingen die zoveel als maar mogelijk op vlees en aanverwanten lijken.
Waarom, vraag ik mij af? Als je dan toch geen vlees wil eten, waarom wil je dan perse iets dat er op lijkt? Ga toch gewoon allemaal lekker groentjes eten.
Toen ik ten tijde van de dioxinecrisis eens een half jaartje een vegetarische kramp had, kwam hier niks neps binnen. Dankzij het Grote Oranje Boek -u weet vast wel welk en zoniet : jammer want ik ga het niet googlen.
Tot ik met graagte een stuk uit een levend schaap gebeten had en de dioxines mij gestolen konden worden. Toen gingen we terug over op Vlees. Echt Vlees. Geen zielige would-be worsten, geen traumatiserend tamme tofu geen plaatsvervangend paddenstoelengehakt en geen bedroevende burgers.
Ik doe niet aan erzatsz, het is the real thing of niks. En zolang ik daar zo over denk, kan ik ook onmogelijk katholiek worden. Het echte lichaam en bloed van Christus, of het is zo goed alsof ik het gehad heb.
Faux Gras, waar hàlen ze het
Vorige delen via hier
Hij vroeg zich af wat er gebeurd was, maar dat was iets wat hij nooit te weten zou komen, wist hij al. Hij wist dat het proces niet lang zou duren. Hij wist dat hij ter dood veroordeeld zou worden, maar hij wist niet of de jongen hetzelfde lot beschoren zou zijn.
Het kamp was rustig. Na een paar weken was de jongen weer bijna dezelfde als voor de ondervraging. Het werk deed hem een deel vergeten, maar ‘s nachts in zijn dromen verscheen de andere nog altijd en dan werd hij badend van het zweet wakker. De schipper wist dat er iets in de jongen gebroken was, wat nooit meer geheeld kon worden. Hij bekeek de jongen regelmatig wanneer deze sliep. Hij was veranderd, ook al leek hij nu weer dezelfde. Hij was nog altijd even rustig en stil, maar de stilte die de jongen nu droeg, was anders dan de stilte voordien.
De jongen voelde hoe de schipper hem met argusogen bekeek. Hij probeerde te bewijzen dat hij zich weer goed voelde, maar hij besefte dat juist hierdoor de schipper nog minder geloofde dat hij zich goed voelde.
En dan kwam het bericht dat ze op het proces werden verwacht. De angstdromen van de jongen kwamen terug toen hij voor de eerste keer in het gerechtsgebouw was geweest. De schipper nam hem in zijn armen, telkens wanneer de jongen een nachtmerrie of een angstaanval had. De jongen kon zich niet herinneren dat de schipper ooit zo geduldig geweest was. Maar hij wist dat hij nu steun bij de schipper had, hij zou hem wel helpen.
Het verdict: de jongen keek sprakeloos naar de rechter die net het verdict had uitgesproken. De schipper kneep hard in zijn armen. Hij zag de jongen lijkbleek worden. De jongen stond op het punt flauw te vallen.
De doodstraf voor hen beiden. De jongen kon het niet geloven. Hij begon te huilen, luid. Zijn schouders schokten heftig. De schipper trok hem weer naar zich toe. Het kon hem niet schelen dat de mensen hen nu aankeken. Nu was de jongen het belangrijkste.
“Ik wil niet dood. Schipper, ik wil niet dood!”
De schipper zweeg. Hij streelde over het haar van de jongen en wist niet wat te zeggen. De rechter zou zijn verdict niet herzien, zag hij. Hij en de jongen waren ter dood veroordeeld. Hij wou dat hij de jongen er nooit in betrokken had, maar nu was het te laat. Nu was het te laat voor alles.
De jongen staarde voor zich uit. Hij zat in de dodencel. Over een uur kwamen ze hem halen, wist hij. De advocaat had nog geprobeerd voor de jongen clementie te bekomen, maar tot nu toe was dat niet gelukt. Hoop had de jongen niet meer, die was al lang vervlogen. De andere had hem alles ontnomen; de kans om gelukkig te zijn, de mogelijkheid tot hopen. Pas nu voelde hij wat de andere, en niet de eerste hem had aangedaan. Hij slikte even. Hoe laat was het? Moest hij nog lang wachten? Hij wou maar dat alles snel voorbij zou zijn. Hij hoorde de voetstappen die bij zijn deur stopten. Hij hoorde de deur opengaan. Een paar soldaten kwamen binnen en grepen hem vast. Hij werd meegesleurd, op weg naar de dood.