Mompelmompel of zoiets

Bij gebrek aan Nederlandse literatuur hier in La Suisse, lees ik meer en meer in het Engels. Dat bevalt mij echt, ik heb altijd de indruk dat er zoveel meer gezegd kan worden in het Engels, in heel veel schakeringen en nuanceringen. Ik heb vaak het gevoel dat de Nederlandse vertaling niet helemaal kan weergeven wat er juist bedoeld wordt.

Tot de laatste weken. Ik las 2 boekenreeksen in één ruk uit wegens spannend en meeslepend en zo (ik zal jullie de titels niet besparen, de trilogie The Magician’s Guild van Trudi Canavan en de gehypte Twilight reeks van Stephenie Meyer). Dat zijn dus 7 boeken in totaal waar ik me doodgeërgerd heb aan het constant gebruik van het werkwoord “to murmur”.

Echt waar, er wordt op elke bladzijde minstens 1 keer ge-murmered, zot word ik ervan. Tegen het eind van het 2de boek hoorde ik constant geroezemoes en gemompel in mijn boek. Geruis, gesuis en gefezel. Is er nu echt geen ander woord dat hiervoor gebruikt kan worden?

En nee, niet “to mutter” of “to mumble” of “to whisper” of “to breathe”, want ook zij wekken gezoem op in mijn hoofd. En trouwens, waarom moet er eigenlijk zo veel gemompeld en in de oren gefluisterd worden? De magiërs uit de eerste reeks kunnen zich afschermen zodat niemand hun gesprekken kan afluisteren, en de vampieren in de 2de reeks horen zodanig goed dat het compleet geen zin heeft om te fluisteren.

Gelukkig brengt ons bezoek regelmatig eens een Nederlands boek mee, thrillers bijvoorbeeld, waar er ofwel in geroepen wordt als de slechterik zijn slachtoffer achtervolgd of in gezwegen wordt als de slechterik zijn slachtoffer ingehaald heeft! Nikske gemurmel! Hèhè ….






Pasen

haar schoonfamilie lacht nog steeds
als ze het verhaal opdissen
van de geboorte van haar man
die zij nu zo moet missen

tja in een stal ter wereld komen
het is niet iedereen gegeven
gelukkig voor het jonge gezin
zijn ze er niet lang gebleven

de kleine werd groot en ging toen snel
de wereld wat verkennen
hij werd geprezen als een ster
hij kon er nooit aan wennen

hoe zat het nu eigenlijk met al die vis
en met dat brood dat maar bleef komen
en dat water dat veranderde in wijn
waren het geen drugs waarover hij kleurstof liet stromen

ze had hem nog zoveel willen vragen
ach het verdriet is groot
haar geliefde baardeman
werd gefolterd, gekruisigd, gedood

ze denkt terug aan zijn vrienden
waarmee hij nog pas een avond ging stappen
aan een grote tafel eten en drinken
en flauwe moppen tappen

er waren nog wat problemen
met 1 van hen geweest
de Judas heeft me verraden zei hij me
vlak na het gefeest

en nu, zit ze triestig aan de grot
een grote steen moet zorgen
dat niemand erin- of uitgeraakt
waarover maken ze zich zorgen

denken ze nu echt dat hij recht zal staan
als het ware zal verrijzen
welja dat zou het echt wel zijn
dan valt hij zeker in de prijzen

wetenschappers zouden komen
in hele lange rijen
de pers met satellietwagens en microfoons
zouden zwermen door onze contreien

maar ach, plots weer springlevend zijn
kan enkel op het witte doek
of in feuilletons zoals Dallas enzo
of in een spannend boek

dus zit ze daar en wacht ze maar
daarbuiten bij de grot
veegt met haar hoofddoek haar tranen weg
en ook een beetje snot







In mijn mailbox

“Beste joke

Hier en daar wat rimpels. En zelfs al een kraaienpootje of twee.
Het zijn de eerste tekenen van huidveroudering, en misschien heb je ze ook al bij jezelf opgemerkt.

Beste meneer van ROC, dank u voor uw opmerkzaamheid, maar wie gaf u de permissie om zo dicht bij mijn gelaat te komen hangen?
En heeft uw mama u niet de elementaire beleefdheid geleerd van mensen niet aan te spreken op hun minpuntjes.
Mocht ik u gevraagd heb ‘zie je een rimpel?’ Okee, dan had u niet hoeven te liegen, maar gewoon, zonder dat ik u ook maar iets gevraagd heb mij een beetje komen uitlachen?
Ik zeg toch ook niks over uw dikke pens en uw verminderde bedprestaties? Of over uw stinkende adem, en rare grote teen aan de linkervoet?

Dus nee, ik hoef uw productjes niet, ik zie er nog stralend en strak uit, dankuwel, en nu: Uit mijn mailbox en een beetje snel!







Geloven

Ach en wee, waarom, o Schepper, wat hebt ik gedaan, ay mi ay mi verdoemd ben ik verdoemd zeg ik U, kom hier met die berkentwijgen dat ik mijzelve kastijd.

He, geen berkentwijgen? Een berkenboom, misschien? Ergens, of, of desnoods een ander boom, iemand? Nee, okee, we zijn in het midden van een wereldstad, maar toch, hoe faalt de Heer alweer, ik heb gezondigd, ik toon berouw, ik wil het boetekleed aantrekken (en dan uit bij het kastijden, wat bloedvlekken krijg je er zo moeilijk uit) maar waar vind ik de stok om mijzelve, nietige hond te slaan, want wie een hond wil slaan vindt toch altijd een stok? Waar dan, ik zie auto’s en verkeerslichten en bomma’s met hondjes en dreigende lucht maar geen twijg ofte tak?

Moet ik hieruit concluderen dat Gij niet bestaat? Dat Gij een vluchtig hersenspinsel zijn? Een optische illusies, een fabel een verzinsel een sprookje een vertelselke iets voor kinnekes bang mee te maken, veel blaffen maar niet bijten, veel geblaat en weinig wol?

Of, Of

O, kijk, de hemel klaart op, de zon straalt, een hemelkrans een regenboog een lachende aureool, de Heer ziet in mij geen zondaar, ik was een onschuldig lam dat zichzelve naar de slachtbank wou leiden, maar Hij heeft het verijdelt wat is de Heer groots en prachtig, dank, o dank o, dank u Heer

En nu graag een engelenkoortje, als het kan.






Waarom ridders mannen waren

Langzaam keek ridderin Gwendolina over haar schouder. Haar modieus harnas paste perfect, maar toch vroeg ze zich af of haar gat niet te dik zou zijn.
Vroeger droeg ze bij feestelijke gevechten altijd een maliënkolder, assorti met haar helm en haar lipgloss, maar maliënkolders zijn zoooooo veertiende- eeuws, dat kon ze echt niet maken.
Ze staarde in de spiegel, het verdikte toch wel serieus, zo ijzer op uw poep.
Ridderin Gwendolina fronste haar wenkbrauwen, ze haalde uit met haar zwaard en tuitte haar lippen.

Het was echt geen zicht, ze leek wel een draak.
Haar schildknaap gniffelde, en voor ridderin Gwendolina was de maat vol, ‘Kom, schildknaap help mij hieruit, werkelijk, ik zou de grap van het toernooi zijn’

Later, toen ridderin Gwendolina doorboord door vele pijlen langzaam lag dood te bloeden, bedacht ze zich dat ze de juiste keuze had gemaakt, het rood van al haar bloed contrasteerde enig met haar lijkbleke gezicht. Ze glimlachte en sloot haar ogen.






M/V

En waarom? Waarom wil jij nu persé deze job?

De sollicitant keek alsof men hem had gevraagd om zichzelve uit te kleden en allerhande vreemdsoortige posities aan te nemen.

‘Ik euh, ik denk dat, dat ik, euh, ik bedoel, uiteindelijk, qua bedrijf, en gezien de economische toestand en daarom, zodoende…’

De personeelsmanager keek naar zijn collega van de Human Recourse.

‘Dus, aldus?’ Vroeg deze.

‘Ja, en dan nog, weet u, ’t is hier zo warm, en ik heb zin in een ijsje, en dus, ik veronderstel dat extralegaal gezien, qua ecocheque is ijs, gezien de opwarming misschien een goed idee.’

‘Puik!
Een puik idee zelfs.’

De personeelschef glunderde, en wat zag zijn collega van de HR er weer appetijtelijk uit met die appelwangetjes, en die mooie blik, die schalkse glimlach.

De vrouw sloeg een been over het ander, haar rok schoof een weinig naar boven.

De sollicitant ratelde verder, excel en, word gaven geen probleem en geen www was veilig voor zijn meedogenloos maar gericht gesurf, en nooit naar porno, dat spreekt.

De personeelschef knoopte zijn das los en liet zijn schoen nonchalant tegen het been van de HR mevrouw strijken.

‘Positieve eigenschappen, zonder op te scheppen, spontaan en eerlijk vooral eerlijk en vlot zonder opdringerig of boertig te zijn, en viertalig, bonjour, om maar iets te zeggen en one two go, go, les filles, aus bei mit nach, bei, gegenubengegenabenoben, soit, u ziet vlot, zeer vlot zelfs.’

‘Je t’aime, je t’adore’. Mompelde de HR dame, ondertussen al half naakt terwijl de personeelschef haar wild in de nek zoende.

‘Een beetje te impulsief soms, maar uiteindelijk kan ik dat ombuigen naar een niet te stoten werklust, ik bedoel stoot stuitstoo…’

Ontzet staarde de jongeling naar het parende vlees op het bureau voor zich.

‘Dank u’, hijgde de personeelschef. ‘Wij bellen u, daaaaag, daaaaaag aaaaggggghhhhhhhh.’







2010 Bis

Stoppen met iets, juist beginnen met iets, iets niet meer doen, of juist wel,altijd nooit, vanaf nu, en dan kussen.

Wat neemt u zich voor? Gaat u voor de evidente dingen, niet meer roken, matig met de alcohol en de coke? Meer sporten, het huis opruimen, onderbroeken onmiddellijk in de wasmand gooien, in plaats van ze een week overal te laten slingeren? Boeken op tijd naar de bibliotheek, wekelijks naar de mama bellen?

NEEEEEEE

Ga voor iets origineels dit jaar, scheer een jaar uw benen niet meer, ga een jaar niet meer naar de supermarkt, en steun de lokale kleinhandel. Bel elke week iemand op waar u al lang niet meer mee gesproken hebt, doe elke week een goede daad, koop een konijn, maak een vlooiencircus, volg zangles, schilder uw gevel oranje, maak een kind met een nobele onbekende, spreek in rijm of in vurige tongen, of in uzelve. Zet de kerstboom met Pasen, vier de dag dat uw overgrootvader geboren is met pannenkoeken, of met appelstrudel, en nodig iedereen uit, schrijf een boek, zet uw bed ergens anders, in de woonkamer of naast uw bad, bewaar sneeuw in de diepvries, en haal hem uit in augustus, versier uw tuin ermee en bel het KMI.

U kan zoveel doen, breek uit uw dagelijkse sleur, en laat het horen, wat gaat u doen.







2010

‘Maar ik weet echt niks, en ik ga weer vreselijk uit de toom vallen, ik weet het nu al.’

Droevig keek Maurice Van Damme naar de grond.

Elk jaar hetzelfde verhaal, iedereen maakt goede voornemens, en hij weet niks…

Ach, rookte hij maar, dan kon hij net als iedereen zeggen dat hij zou stoppen met roken, maar meneer Van Damme had in heel zijn leven nog niet één sigaret aangeraakt, en eigenlijk wou hij dat wel zo houden, op zijn leeftijd beginnen roken was pathetisch en erg onpraktisch.

Stoppen met drinken ging ook niet, want waar mensen een roker die stopt toejuichen, fronzen ze de wenkbrauwen als iemand vertelt dat hij niet meer drinkt. ‘Allee, één pintje kan toch geen kwaad, een glas wijn is gezond, en water, dat is voor de vissen, om in te pissen.’

Maurice zuchtte, hij wou ook een goed voornemen maken, eentje waar mensen bemoedigend bij knikten, maar niet te speciaal, want het was niet de bedoeling dat ze het voornemen zouden onthouden, nee, liefst niet. Het angstzweet brak Maurice uit toen hij terugdacht aan 2004, toen hij, in al zijn hoogmoed tegen iedereen die het wou horen, en ook aan hen die het eigenlijk niet wilden horen, verkondigde dat hij het komende jaar niet meer zou slapen, waar had je al die slaap eigenlijk voor nodig? Allemaal zwaar overroepen, en tijdverlies, vooral tijdverlies.

Natuurlijk was hij van pure zattigheid om drie uur, die eerste januari in slaap gevallen, en natuurlijk hadden zijn ‘vrienden’ een filmpje gemaakt en op youtube gezet. Eerst zag je hem verkondigen dat hij niet nooit meer zou slapen, en toen zag je hem knikkebolle en in slaap vallen, en dan de tekst die ze eronder gemonteerd hadden, walgelijk, hij rilde als hij er terug aan dacht.

Er zat dus niets anders op, hij stak de sigaret in zijn mond en stak ze aan.

Nog een week om een verstokt roker te worden, en dan zou hij stoppen. Hij hoestte maar inhaleerde dapper.

Niemand heeft ooit beweerd goede voornemens makkelijk zijn.






Opa werd 70 jaar

En dat moet natuurlijk gevierd worden. Om 12u stipt stonden we bij oma en opa. Alwaar we reeds werden opgewacht door de andere gasten.

Schoonzus had haar nief lief bij. Zijn eerste kennismaking met de familie. Ocharme…

Tante was er ook. Tante is nog van de oude stempel. Tante is bijna een relikwie. Vrouwen zoals Tante, die maken ze niet meer.

Tante vertelt over haar kleinzonen en kleindochter. Allemaal primussen op school. Allemaal de eerste van de klas. Ieder jaar opnieuw. En ze doen de latijnse (de oudsten dan toch), dat is wel de moeilijke richting. Maar het zijn héél goede studenten. Net zoals haar eigen kinderen. Ze heeft een zoon en dochter. Haar dochter is 18 jaar lang naar de universiteit gegaan. Jaja, 18 jaar lang. Want ze heeft eerst psychologie gestudeerd en daarna dokter en daarna voor psychiater. En Tante ging al die jaren twee keer per week naar haar dochter, die op kot zat. Om eten te brengen. Op zondagavond vergezelde Tante haar dochter naar haar kot. Met de trein gingen ze. En Tante had dan een paar kastrollen mee met eten voor maandag. Jaja, kastrollen. Want Tupperware, daar doet Tante niet aan. En op dinsdagmorgen maakte Tante eten voor twee dagen. En ging ze met de trein en haar kastrollen vol eten naar haar dochter om daar ’s middags samen middag te eten. En in de namiddag ging ze een pateeke halen. Bij Vanuytven. En dan ging ze weer met de trein naar huis. Met in haar tas de lege kastrollen van de zondag. En op donderdag herhaalde Tante het hele proces. Zodat haar dochter een hele week uit moeder’s kastrollen kon eten. Ik zei het al, mensen zoals Tante, die maken ze niet meer.

Maar Tante deed dat ook alleen maar omdat haar dochter hard studeerde. En niet uitging. Want uitgaan, dat is niet voor de serieuze studenten.

Nonkel B was er ook. Nonkel B is wat men noemt, een jonkman. Nooit getrouwd geweest. Nonkel B woont in een klein huisje. Hij eet iedere dag biefstuk. Iedere dag. Vandaag echter niet. Want er stond vis op het menu. Maar dat was ook wel lekker, vond Nonkel. Maar morgen eet hij toch terug biefstuk. Want biefstuk eet hij wel iedere dag.

Normaal gezien waren Tante C en Nonkel J er ook. Maar Tante C voelde zich eigenlijk niet zo goed vanmorgen. De maag, weet je wel. En dan kan Nonkel J natuurlijk ook niet komen. Hij moest bij Tante C blijven. Want die voelde zich niet goed. Dus heeft opa de porties eten die voorzien waren voor Tante C en Nonkel J naar daar gebracht. Van ieder soort aperitiefhapje 2 stuks. Een beetje van de soep in een kastrolleke. Twee stukjes vis, wat groenten en een beetje aardappelpuree. Dan konden Tante C en Nonkel J dat ook eten. Toen wij arriveerden om 12u had oma net naar Tante C gebeld. Tante C die niet kon komen omdat hare maag niet goed was. Tante C en Nonkel J hadden al alles op. Het viel dan toch nog mee met die maag.

Opa, oma, Tante en Nonkel, Schoonzus en Schoonzus praten allemaal nogal luid. Heel erg luid. En allemaal door elkaar. Kakafonie. Je krijgt er geen woord tussen en ik heb de strijd hierom al lang opgegeven. Het nief lief van Schoonzus is echter nog nieuw. Hij wéét dat allemaal nog niet. Hij probeerde dus een paar keer om er tussen te komen. Het lukte niet. Op een gegeven moment gaf hij de strijd op. Ik zag het aan zijn vertwijfelde blik. Ik nam een neurofenneke of twee. Tegen de koppijn.

Dochter vroeg of Schoonzus en Schoonzus vroeger ook al zo luid waren. Ja, zei Papa. Dochter zuchtte eens en probeerde voor de zoveelste keer iets te zeggen. Het lukte niet.

We vertrokken. De stilte buiten was zalig.






Dwangbuisgedachte

Als ik op straat loop en er loopt iemand voor mij, dan moet ik die altijd even nadoen. Heupen, schouders, manier van voetzetten, armbewegingen, hoofdschudjes.

En als het een interessant bewegend object is, dan doe ik hem of haar lang na. Soms zelfs zo lang, dat ik helemaal vergeet waar ikzelf naar op weg was, en gewoon volg.

En soms eindig in een meubelwinkel waar ik helemaal niet moet zijn.

En mijn agenda moet nemen om te zien waar ikzelf eigenlijk ook alweer naartoe ging.









Welkom op Jutblogt.
Wij zijn een groep virtuele vrienden met een gedeeld virtueel verleden, die besloten hebben ons aan een groepsblog te wagen.
Heel verscheiden, heel divers, soms scherp, soms grappig, maar vooral met plezier geschreven. Met deze blog gunnen we u een blik in onze ziel, en geloof ons, het is daar gezellig toeven.
Gisteren nog geheim en enkel voor een zeer select publiek, vandaag zomaar voor iedereen toegankelijk. Ook voor u. Gratis en voor niks. Veel leesplezier.






Profielen


Blablabla