1982, het vierde leerjaar. Kleine Virginia en haar broertjes moesten, met twee buitenshuis werkende ouders, warm eten op school. Op de jongensschool was dat absoluut geen straf (daar kregen ze desserts, en zelfs frieten. Frieten!). Op de meisjesschool was het heel wat minder. Na een zoveelste klaagzang van haar dochter, reageerde moeder Virginia: ‘Wel, dan moet je eens een petitie houden hé op school, voor lekkerder eten.’
Zo gezegd zo gedaan, de volgende dag ging kleine Virginia met haar Petitie Voor Beter Eten rond bij haar klasgenootjes. Niemand wilde echter tekenen. Het zou geen gemakkelijke missie worden.
Tot overmaat van ramp werd ze tijdens het speelkwartier bij de directrice gesommeerd: ‘Wat is dat allemaal met die petitie?’ Kleine Virginia, nog onbeslagen in het actievoeren, was direct geïntimideerd en snikte: ‘Ik moest dat doen van mijn ma-ha-maaa!’ De directrice reageerde mild: ‘Ah, als je mama dat gezegd heeft, dan moet je dat inderdaad doen. Maar kom in het vervolg toch eerst eens iets zeggen tegen mij.’ Incident gesloten. Petitie ook.
Jaren later, tijdens een bezoek aan mijn toenmalige juf: ‘Zeg Virginia, weet je nog, die petitie?’
Eh, ja.
‘Weet je hoe de directrice en ik dat te weten zijn gekomen?’
Eh, neen…?
‘De meisjes van jouw klas kwamen bij ons, om te klagen dat jij vuile woorden gebruikte…’
We hebben geen beter eten gekregen, trouwens.