Dertien in een dozijn
Ik hou het blikje conserven in mijn hand en trek aan het lipje (of hoe noem je dat).
Walm.
Behoedzaam tel ik 1, 2, 3, 4, 5, 6 en gooi ze in een potje met een vorkje erin.
Ik haal er de volgende kleine worstjes uit: 1, 2, 3, 4, 5, 6.
Die gaan in een kommetje om te warmen.
En toen gebeurde het onmogelijke der onmogelijkheden.
Ik had een worstje over.
6 en 6 zo gaat het al eeuwen, enfin, al jaren, en na 6 en 6 is het blik leeg, zijn de zwannetjes op en resten enkel nog de bodem en de PMD-zak.
En daar lag het, alleen en eenzaam.
1 zwanneke.
F*ck, wat moet een mens met 1 worstje.
Aan halve worstjes doen mijn kinderen niet.
En zelf, hmm, 1 enkel worstje eten, neen, dat KAN ik toch niet!!!
Worstjes moeten altijd per 2 zijn, en frutellakes en druiven en chocolaatjes en eigenlijk ook Leo’s of Olé’s en zeker ook zeldzame yoghurtjes of puddinkjes, pindanootjes (2 handen ipv 2 noten uiteraard), wine gums,…
We houden niet van oneven.
Oneven vermijden we.
Oneven is niet even (ieder zijn afwijking, nietwaar?)
Ik kijk in het blik en het ligt er nog steeds.
Aargh, stomme fabrikant, onnozele onoplettende worstjesteller, 13 worstjes, tssss.

