Waanzin

‘Onzin’ schreeuwde de kalende man ‘Larie en apekool, je reinste volksverlakkerij. Te warm, ‘t zal wel. Sneeuw in November! Noemen jullie dat te warm? Ik moet ’s nachts de verwarming opzetten op de kamers van ons mannekes. Ik heb nog niet veel opwarming gevoeld. En de zee die stijgt, dat heet Getij, he mensen. Eb en Vloed, ooit al iemand van gehoord? Dat is anders zo oud als de straat, maar tegenwoordig leren ze niks meer op de school, een beetje meehuilen met de linkse wolven in het rode bos, jaaaaaaa, wereldoriëntatie noemen ze dat. Ze zouden beter terug wat feiten in die hoofden pompen in plaats van al die baarlijke nonsens. Minder verbruiken? De auto aan de kant? Dat heet wel Vooruitgang. VOORUITGANG!!!!! Vroeger was het beter zeker, als de mensen zich godverdomme één keer per week wasten, met koud water uit de pomp. Willen we dat terug? Doortrekken en het water opvangen om aan de plantjes te geven, extra bemesting zeker? Losers! Allemaal. Hebben onze ouders daarom zo hard gewerkt? Met hun blote handen hebben ze de aarde van dit Vlaanderenland omgewoeld om er Vruchtbare Bodem van te maken. Gestorven in de mijnen, voor uw chauffage he mannekes, vergis u niet, de warmte komt niet van de bloemkolen, he, daar moet je iets voor doen! Maar nee, vroeger was het allemaal beter, en dat we godverdomme moeten nadenken voordat we het licht laten branden. De kerstboom op de Grote Markt van Frankrijk, binnenkort! Dat is verspilling, dat ze daar eerst iets aan doen, in plaats van te komen moeien dat mijn licht op de gang uit moet. Dat is mijn licht, en ik zal wel beslissen wanneer ik het licht genoeg vind en het licht uit mag. Ik heb licht nodig! En u ook, U OOK, Linkse doemdenker! Kijk naar IJsland, Kaupthing is failliet gegaan, dat is omdat het daar donker is, en die mensen hebben zeker een schuldgevoel, want zover zitten die niet van het Poolijs, hehehe, het SMELTENDE Poolijs? De stervende IJsbeer? Ne dooie Pinguïn? Een depressie krijgen die mensen zo zonder licht, en een spaarlampeke gaat dan niet helpen.Uw verantwoordelijkheid he, Fortis failliet en zoveel mensen hun pensioenfonds gekelderd en we hebben nog altijd geen fatsoenlijke regering, maar o, wee we hebben nog maar 4 tot 10 jaar en dan zijn we weg. Dat we er dan efkes van genieten, zou je denken, maar nee de knip moet erop, we moeten nadenken, en iets doen. Dat is het probleem van deze achterbankgeneratie, verwende zwijnen, ondankbare honden. Die denkt teveel na.’

Hijgend, en zweten zeeg de man neer.
Het witte neonlicht stak fel af tegen de gewatteerde muren.
De artsen in de controlekamer schudden meewarig het hoofd.

‘Waanzin neemt soms vreemde, gevaarlijke vormen aan’, zuchtte dokter Verwilderd en nam een slok van zijn koffie.






Jeeeeezus, maak dat mee!

‘Jozef, ik wil een zure augurk’. Maria keek gebiedend naar haar man, die verveeld zuchtte.
‘Een echte augurk, niet van die ondermaatse zoetige dingetjes.’ voegde ze er aan toe.
Jozef bedacht dat hij blij zou zijn wanneer deze lijdensweg achter de rug was. Niet alleen om van het gezeur om quasi onverkrijgbare etenswaren vanaf te zijn, maar ook om de buikbewoner van zijn echtgenote te kunnen aanschouwen.

Niet uit vaderlijke trots, maar om te proberen vast te stellen of de roddels die hem ter ore gekomen waren, verzinsel dan wel waarheid zouden blijken. En wee Maria, indien de boreling geen enkele van zijn trekken zou blijken te hebben geërfd. Hij zou scheiden en het tweetal in nog grotere armoede achterlaten dan degene waar ze nu al in leefden. En dan zou hij de wereld intrekken en deze versteld laten staan van zijn capaciteiten. Dewelke dat waren, daar was hij nog niet helemaal uit maar er was vast iets dat hij beter kon dan meubels timmeren, want dat bracht niet veel zoden aan de dijk, om van geld in het laatje nog maar te zwijgen.

Maar goed, een augurk dus. ‘De dichtsbijzijnde plaats waar ik van weet dat ze die augurken verkopen is meer dan een dagreis hiervandaan, Maria. Weet je wel zeker dat je dat aankan, in jouw toestand?’ vroeg hij met een nauw verholen minachtend gebaar naar haar dikke buik.
‘Want je kan maar zien dat je met me meekomt en hem ter plekke opeet, je ziet van hier dat ik kilometers op een ezel ga tsjokken met een augurk in mijn hand.’ Zijn enige zadeltassen waren immers de week daarvoor gestolen, terwijl hij een glaasje thee dronk in de dorpsherberg.

‘Zo kom ik tenminste nog eens een keertje weg uit dit hol van pluto,’ snauwde Maria terwijl ze haar omslagdoek rond haar omvangrijke lijf knoopte en zich naar de ezel begaf.
Het tweetal ving de lange reis aan. Net voor Bethlehem voelde Jozef hoe de achterpanden van zijn tuniek, waar Maria tegenaanleunde, plots kletsnat werden. Maria kromp ineen van de pijn en Jozef riep uit : ‘Zeg dat het niet waar is hé, godbetert drie weken te vroeg!’. Maar helaas, het was wel waar : Maria was in barensnood.
Jozef gaf de ezel een paar fikse trappen en geschrokken draafde het beest door in een hogere versnelling. Af en toe slaakte Maria een gil van pijn wat Jozef telkens een ‘Maar zwijg toch, wijf, je baart opzien!’ ontlokte. Want inmiddels waren ze de stad genaderd. Bij de eerste de beste herberg sprong hij van de ezel en liep naar binnen om onderdak te vragen. Tevergeefs, alle kamers waren bezet. Er was blijkbaar een oproep geweest voor een volkstelling, waardoor iedereen met voorvaders uit Bethlehem zich naar daar moest begeven om zich bij de autoriteiten bekend te maken. Die mare was aan hem voorbijgegaan, ongetwijfeld had Maria ze ongelezen bij het oud papier gelegd, of misschien wel expres om er voor te zorgen dat hij gearresteerd zou worden, zodat zij nog lang en gelukkig met haar minnaar kon leven, bedacht hij woedend.

Bij de derde herberg waar ze bot vingen slaakte Maria een kreet die door merg en been ging, zodanig luid dat de geschrokken herbergier naar buiten gelopen kwam en hen verpozing in zijn stal aanbood.
En daar, tussen os, ezel en schaap, schonk Maria het leven aan een zoon. ‘Hij lijkt op je zus, ik zie er niks van mij in’ bromde Jozef en besloot ter plekke de kleine Jezus te noemen. Zijn kleine wraak.

Het nieuws van de geboorte in de stal deed vlug de ronde in de stad. En aangezien er niks anders te doen was, dan aan te schuiven in lange rijen bij de overheid, besloot menig mens een bezoekje te brengen aan het kind dat in een stal het levenslicht gezien had. Een van de nieuwsgierigen bracht Mirre als geboortegeschenk. ‘Stelpt de bloedingen en is goed tegen euhm..aambeien’ fluisterde gulle schenker in Maria’s oor. Een andere bracht wierrook mee. ‘De stank van die beesten hier is niet te harden. Hier, brand dit, dat is aangenamer dan de lucht van mest voor een jonge moeder’. zei de tweede bezoeker, alvorens zich met toegeknepen neus uit de stal te haasten.
De derde bezoeker stootte in het halfduister zijn gezicht tegen de rand van de uit een fruitkist geïmproviseerde kribbe waarin Jezus lag, en verloor daarbij een gouden tand. Wat hij echter te laat merkte, allezins niet voor dat Jozef hem van de stalvloer had weggegrist.

En dat was meteen ook het laatste wat Maria zag van haar man. Die verdween met het goud, de ezel en de noorderzon en liet haar achter met het kind.
‘Die groeit vast op voor galg en rad, een zwaar kruis om te dragen, zo’n begin van je leven’ roddelde de gemeenschap. De toekomst zou uitwijzen of ze gelijk hadden….






Awoert!

Wie heeft in godsnaam de hangende Kerstman uitgevonden? Kunnen we die persoon misschien aan het stadhuis van de Grote Markt van Frankrijk hangen, met een bordje ‘Sorry voor het verpesten van de hele kerstfeest’rond zijn nek?
Lampekes in de grote spar voor uw fermette, tot daaraan toe, of van die hanglichtjes aan uw dakgoot. Hang voor mijn part een krans aan uw voordeur of kerstballen in uw oren maar toch geen kunststoffen Kerstman aan uw gevel!

Het ziet er niet uit, en als het een beetje gewaaid heeft lijkt het of die olijke dikkerd zichzelve van het leven beroofd heeft door middel van een stukje touw en een gevel.
Howhowhow, inderdaad!

Trouwens de Kerstman komt hier niet, die man heeft het al druk genoeg met al die Scandinaven en met zijn rendieren. Die heeft echt geen tijd om Vlaamse wijken te gaan bezoeken met zijn arrenslee en zijn getingeltangel.

Waar blijft trouwens het Kerstmannen Bevrijdings Front? Want denkt u nu echt dat die poppen het leuk vinden om daar heel de Kerstperiode te hangen, met hun neus tegen de bakstenen?
Het is kinderachtig, nutteloos en esthetisch totaal onverantwoord.
Een affront voor de goede smaak.
Doe iets nuttigs, maak gevulde kalkoen of kerststukjes, zing meerstemmig liederen, besteed extra tijd aan uw familie, maar hang geen poppen aan uw huis.

Het is gewoon belachelijk, laten we het daarop houden. Dus haal hem eraf
NU METEEN!






Kerstverhaal

‘Ik wil nog eens weg, zo op het eind van het jaar, zullen we naar Gallië gaan? Daar schijnt het wel leuk te zijn, of toch maar weer Perzië. Maar daar zijn we al zo vaak geweest. ‘t Is de laatste keer onder ons twee he schat, binnenkort zijn we met drie, en met zo’n baby’tje op de vlieger, dat zie ik echt niet zitten.’
Jozef bromde iets onverstaanbaar terwijl hij verder naar Cartago-Bethlehem keek.
‘Of Griekenland, of Egypte, dat is niet zo ver.’
‘Schat, op 8 maand en half mag je niet meer vliegen.’ Het stond 1/0 in de rust, en Jozef ging een nieuwe beker gerstenat inschenken. ‘Ik wil wel eens naar Lesbos’ riep hij vanuit de keuken, terwijl hij zijn blikje opentrok.
Maria negeerde hem.
‘O, hier, in de folder van Joker avontuurlijke reizen, een ezeltrektocht naar Bethlehem, dat is niet ver, en dan ga je langst verschillende herbergen, en uw bagage wordt vooruitgestuurd. Al de luxe en toch avontuurlijk.’
Maria begon te dromen, dat leek haar wel iets, haar relatie had dringend een oppoetsbeurt nodig. Jozef had het wel aanvaard, en droeg zijn lot waardig, maar toch keek hij vaak naar haar met een zeer rare blik in zijn ogen. In het fertiliteitscentrum hadden ze haar gezegd dat mannen het vaak achteraf pas moeilijk kregen met het aanvaarden dat hun vrouw zwanger was door middel van donorsperma, maar het was de enige manier geweest. Aan haar vruchtbaarheid lag het niet. Maria snoof, en wreef over haar bollende buik.
‘Wat denk je, zal ik boeken?’

‘Doe wat je niet laten kunt’ sneerde haar man, zijn ploeg had verloren, de match was afgelopen.

Toen ze een week later aan het ezelverhuurbedrijf aankwamen, bleek dat er een fout was gebeurd, en er was niets gereserveerd, geen ezel, geen overnachting, niets. De reisleider excuseerde zich uitvoerig, en duikelde uit zijn stal toch nog een eenzame langoor op. ‘Er zal onderweg wel plaats zijn in de herbergen, we hebben nog nooit problemen gehad, ik geef u een printje mee met de etablissementen waar wij vaak mee samenwerken, ik verwacht echt geen problemen. Ik zal u een tegemoetkoming sturen, het spijt me vreselijk, een afschuwelijk misverstand’

Jozef zijn goesting was al over, maar hij liet niets merken, hielp zijn vrouw op het rijdier en begon te stappen.
Tegen de avond bleek dat de reisleider zich vergist had. Al de herbergen waren volzet, en alsof dat nog niet ellendig genoeg was raakte Maria in barensnood.
Na vijf dichtslaande deuren had Maria het gehad. Ze zette haar handen op haar heupen en vatte post voor herbergier nummer zes. ‘Ik ga bevallen, NU, geef mij een bed, of ik leg mij op uwen toog’ De arme man wreef over zijn kalende schedel, Jozef probeerde de gemoederen te sussen maar iedereen weet dat met een bevallende vrouw niet te discussiëren valt.
Maria stiet een oerkreet uit en greep naar haar buik.
”t Is goed, ‘t is goed’, piepte de herbergier, ‘kom, ik toon u mijn stal, gerieflijk, nog niet helemaal geïsoleerd, maar er ligt zacht hooi, en…’ Terwijl hij praatte duwde hij de puffende Maria voor zich uit.

En daar in de stal, voltrok zich een wonder, zoals elke geboorte een wonder is.

De reisleider hield woord, en stuurde ter compensatie van de mislukte boeking drie cadeautjes, wat mirre, goud en wierook.

Maria stuurde als dank een geboortekaartje en suikerbonen.






Onder de noemer ‘idioot geschenkje’

Een zelfgemaakt kadootje, dàt zou het worden.

Mijn lief en ik waren nog niet lang bij mekaar toen de feestdagen eraan kwamen.
Als tiener had ik het geld niet om toffe kadootjes te kopen.
Enfin, waarschijnlijk had ik wel het geld maar had ik daar andere plannen mee zoals daar zijn roken en drinken, tsss.
Ik besliste iets te “maken” voor hem, mét liefde en zorg (en zo kosteloos mogelijk uiteraard), maar wat?

Toen had ik het: eureka.
De 2 over de 3, de 2 over de 1, de 4 over de 3 en de 2 over de 3.
(Mijn moeder hielp me want die deed ooit een cursus bij de KVLV, ge weet wel.)

En zo kreeg mijn lief van mij een schoon kaderke met daarin een letterke B op een bedje van gedroogde rode bloemblaadjes.
Ik heb er weken aan zitten kantklossen, ja, kantklossen dus.
Waar hààlde ik het, jozefjezusmaria.

Enfin, hij was er blij mee of deed toch alsof :) .

Ik heb uiteraard nooit meer aan kantklossen gedaan, maar onder de noemer: “ge moet alles eens proberen in het leven” ben ik toch blij dat ik dàt al achter de rug heb.

En, neen, ik kan geen foto posten want het kunstwerk is verloren of weggegooid, tsss (wie zal het zeggen).






Ontharen voor dummies

Ik sta u even bij, Joke. Want we willen niet dat de kronkels in uw geest ontharingsgewijs met u aan de haal gaan!
Dus:
Vrouwen! Vrouwen scheren altijd : benen, oksels en bikinilijn. Desgewenst kunnen zij dat laatste gebied uitbreiden, dit is optioneel. In elk geval scheren tot er ‘bikinigewijs’, het woord zegt het zelf, niks zichtbaars meer ontspruit. Kaal, niet kaal, dat is zoals u het wil.

Ook als ze blond zijn, blonde beenharen hebben of misschien zelfs geen beenharen. ‘Kill them before they grow’ zei Bob Marley, alhoewel hij natuurlijk niet op ongewenste beharing alludeerde maar dit compleet terzijde. Verdwaalde damestepelharen dienen ook gekortwiekt. Dat spreekt, dunkt mij.

Veet is het beste, voor de bikinilijn, de rest kan met het mes, maar daarin verschillen de meningen, ik kan enkel de mijne ventileren. En olie of talk ACHTERAF. In nood kan u droog scheren, met eerst talkpoeder en een vlijmscherp mes, of nat, gewoon met voldoende douchespul, maar boebels gaan dan toch uw deel worden, wat betreft de B-lijn.

Mannen! Mannen blijven OVERAL af, behalve van hun snor en baard. En ook dit optioneel, maar als ik mag kiezen toch liever snor-ende baardloos. Alhoewel een stoppelbaard ook niet te versmaden is. In het geval van een close encounter wel uw poederdoos meebrengen, wilt u er niet uitzien alsof u net kennis gemaakt hebt met de kokosmat in de hal.
Rughaar, hoe onsmakelijk het ook moge wezen, ik zou eraf blijven. Of definiet weglaseren. Maar alleszins niet beginnen veten ofte scheren. Dat lijkt mij ten eerste zeer moeilijk en een rug vol stoppels willen we nu ook weer niet onder onze handen voelen. Verder verwijs ik naar uw eigen artikel, waarover wij het roerend eens waren.

De wenkbrauwen des vrouws worden geëpileerd, tot een smakelijke boog, doch niet zover dat er enkel nog kan gesproken worden over een permanent verbaasde blik. Maar open uw blik, dames! De ploinks weghalen, meer moet dat niet zijn, alhoewel het wel bijna een dagtaak is. Wie mooi wil zijn moet lijden. Dames net iets meer dan heren, maar wat is ontharen vergeleken bij kinders op de wereld zetten?

Met deze kan u zonder een haar in de boter aan de Kerstdis, beste Joke. Zonder dank.






Ik weet het allemaal niet meer

Met de feestdagen in zicht, willen we er natuurlijk allemaal patent voorkomen, en dus haalde ik welgemutst mijn scheermes boven.
Maar, hoe zat het nu ook alweer? En wat met mijn lief? Moet hij ook? Nee toch!?

Wat ik mij meen te herinneren: Beenhaar mag enkel bij mannen, tenzij ze coureur zijn ofte bodybuilder. Vrouwen scheren altijd. Of veet of epileren of wasstrips ofzo. Ook als ze blond beenhaar hebben? En de bikinilijn, bijgewerkt, maar niet kaal? Of wel kaal? En wat als er boebels zijn? Iets met olie dacht ik? Baby-olie of andere? Of toch maar een dure lotion? Of was dat olieding tijdens het scheren, of van die speciale scheerschuim voor dames? Of is die voor heren ook goed? En mannen blijven er dus af, van hun bikinilijn? En de okseltjes? Altijd fris kaal? Of ook weer alleen bij de vrouw? En borsthaar? Dat hebben vrouwen niet, en mannen blijven eraf? En rughaar? Moet meneer dat weghalen? En kan hij dat dan zelf? Of gewoon laten staan? En de wenkbrauwen? Kaal plukken en natekenen met potlood? Nee toch? Gewoon hier en daar ploink? En de baard ende snor? Bij dames altijd weg? En bij heren? AAaaaaaaarrrrggggggggg

Wanneer brengt iemand ‘Ontharen voor dummy’s’ op de markt?
Liefst voor de Kerstdagen!






Na de cocktailavond en de Apéro des losers was het deze keer filmavond op het werk. Met veel eten en drank natuurlijk. Na de stemming, besloten we de film te nemen die het middelste aantal stemmen had. De logica zelve hé, ik wijt het aan de wijn en de Belgische bieren. Dus, we gingen Casino Royal opzetten. Jummie dacht ik, Daniel Craig, die mag er best zijn. En vooral, ik hou wel van zijn stem. Ik hou in het algemeen wel van stemmen, liefst in deftig British English of met een licht Schots of Iers accent. Nogmaals jummie. Maar ook van warme sensuele stemmen als die van George Clooney en Daniel Craig.

Bij de intro begon ik al lichtelijk weg te dromen tot ik ineens Bond hoorde zeggen “M n’aime pas que tu vends des secrets”. Lap, ik had het kunnen denken, zoals alle franssprekenden kijken ook de Zwitsers naar de Franse versie van de film.

Nu heb ik ze deze morgen eens een stukje van de originele versie laten horen, en zowel de mannen als vrouwen moesten toch wel toegeven dat Daniel Graig en Eva Green in het Frans niet hetzelfde zijn als in het Engels, hoewel ze er fysiek dezelfde uitzien. Ik krijg alleszins een pak minder kriebels in de buik van een Franse Daniel Craig, hoewel mijn collega’s mij verzekerden dat het gehijg tijdens het geflikflooi met de Bondgirl wel degelijk zijn eigen gehijg is. LOL daarvoor eigenlijk.

Awoert dus voor al die onnozele gedubte films ! En Hoera voor sexy stemmen.






Geluk

Een laatavondconversatie met een vriendin. Over geluk. Van alle abstracte begrippen misschien wel het moeilijkste te vatten. Wanneer ben je gelukkig? Streef je ernaar, wat is geluk voor jou? Ik denk er hard over na.

Voor iedereen betekent de term dan ook iets anders. De ene denkt het summum aan de rand van een speeltuin gevonden te hebben door de kindertjes bezig te zien, voor de andere gaat het eerder gepaard met excessen en exuberantie. Passionele liefde, extreme uitdagingen, adrenaline alom. En tussen die twee uitersten ligt nog een heel scala aan ideeën over deze emotie.

Maar zijn mensen wier leven als een beekje zonder enige stroomversnelling meandert wel echt gelukkig? Of zijn ze eerder lethargisch in hun tevredenheid? Want, daar waren we het over eens, tevredenheid is geen synoniem voor geluk, terwijl dat een misverstand is dat makkelijk zou kunnen ontstaan.

Je kan tevreden zijn met je gezin, je kinderen heel graag zien, maar maken bijvoorbeeld kinderen je op zich gelukkiger? Wij dachten van niet. Misschien zelfs integendeel. Volgens ons gaat zelfs geen enkele relatie erop vooruit door kinderen aan de vergelijking toe te voegen.

En zijn de geluksjagers in se misschien niet ongelukkiger dan de tevredenen, hoe contradictorisch dat ook klinkt? Immers, hoge toppen brengen bijna altijd diepe dalen mee. Gaat de jager zich niet (op)gejaagd voelen na een tijd? IS geluk wel zo wenselijk?

Het lijkt niet makkelijk om geluk te combineren met een plateaufase. Om te pieken, zo veel mogelijk, en toch tevreden te zijn op andere momenten zonder evenwel diep te vallen. Toch lijkt het triest om niét naar geluk te streven, om gewoon tevreden te zijn met tevredenheid.

Ik ben er alleszins nog niet helemaal uit. Want eens je echt gelukkig geweest bent, is tevreden misschien wel niet meer voldoende. Nooit meer.






Den djoef van de week

‘Als alle dieren van de wereld elkaar een hand geven… Als de roofdieren geen andere dieren pakken… Als de vos aardig is voor het kalfje en de leeuw voor de zebra… Dan maken alle dieren met elkaar… een heel, heel lange dierenrij!’ Dit klinkt als een tekst uit de Wachttoren voor kinderen, maar nee hoor, het komt uit Pippo, het maandblad voor peuters. Mensen toch!

Op de voorpagina van deze Pippo staat trouwens ‘Een heel nummer over Sint en Kerst’. Er is echter in het ganse boekje geen Sint te bespeuren. Wel wijdt de Pippo-redactie drie bladzijden aan zijn nemesis, de kerstman. De kerstman, beste redactie van Pippo, bestaat niet echt maar is een verzinsel der commercie. Waarààn heeft de enige echte Goedheilige Man dat verdiend? Ik overweeg mijn abonnement op te zeggen. Een welgemeende Djoef! is hier dus wel op zijn plaats.









Welkom op Jutblogt.
Wij zijn een groep virtuele vrienden met een gedeeld virtueel verleden, die besloten hebben ons aan een groepsblog te wagen.
Heel verscheiden, heel divers, soms scherp, soms grappig, maar vooral met plezier geschreven. Met deze blog gunnen we u een blik in onze ziel, en geloof ons, het is daar gezellig toeven.
Gisteren nog geheim en enkel voor een zeer select publiek, vandaag zomaar voor iedereen toegankelijk. Ook voor u. Gratis en voor niks. Veel leesplezier.






Profielen


Blablabla