Bevallen

Met nog maar 4 weken te gaan, moeten er toch een aantal beslissingen gebeuren ! Namen : check (alhoewel de twijfel af en toe nog een toeslaat), meters : check, geboortekaartje : check, babyspullen in Zwitserland krijgen : check, bevallen : check (daar valt nu éénmaal niet aan te ontkomen).

Maar de hamvraag natuurlijk, waar ga ik bevallen. Dat het niet in het universitair ziekenhuis zou zijn, stond al vrij snel vast, kamers per 3, geen sanitair op de kamer, dus op de gang gaan douchen en naar het toilet. Neen dank U, als kersvers bevallen mama wil ik op z’n minst wat rust en een minimum aan comfort. Ik stoot op een website over een geboortehuis hier in de buurt, geleid door 2 vroedvrouwen die ook thuisbevallingen doen.

En waarlijk, zelfs Echtgenoot lijkt een beetje enthousiast. We maken alvast een afspraak, en bij de eerste consultatie zegt ze al meteen « Jamaar, eigenlijk is er geen verschil tussen het geboortehuis en thuis bevallen, behalve misschien dat wij hier een groter bad hebben ». Ik kan het op slag met haar vinden, maar Echtgenoot beschuldigt mij natuurlijk instant van samenzwering met de vroedvrouw, wat had je gedacht. Maar na ettelijke consultaties en gesprekken, is de knoop doorgehakt ! Het wordt een thuisbevalling ! Denken we;).






Wie het schoentje past…

Rustig liep de man over de straat.
Hij had geen onderbroek aan, maar dat wist niemand, en niemand zag het.
Hij liep gewoon over straat, een man in een net pak, met een das en een aktetas in zijn linkerhand.
Maar zonder onderbroek.
Hij voelde zich zo subversief, zo moedig, zo zondigend tegen de regels van goed fatsoen.
Zachtjes neuriede hij iets van Bach.
Dat maakte het geheel af, vond hij, zo geciviliseerd en dan zonder onderbroek. De pretlichtjes in zijn ogen waren wel voor iedereen zichtbaar, en vriendelijk glimlachte de mensen terug.

Waarom lachen ze, dacht de man angstig, zouden ze het merken, de aria in zijn hoofd verstomde. Een heer keek hem glimlachend aan en het leek alsof hij iets spottends in de blik had.
Onwillekeurig voelde de man aan zijn rits, ze was toch toe? Er hing toch niets buiten?
Zweet parelde op zijn voorhoofd. Hij ging vlugger lopen, en drukte zich tegen de gevels, zijn handen beschermend voor zijn kruis.
De mensen keken hem bezorgd aan, sommige staarden en er was zelfs een dame die de straat overstak.
Schichtig keek hij om zich heen. Overal zag hij nu mensen. Ze keken naar hem, ze fluisterden tegen elkaar. Ze wisten het! Ze lachten hem uit, ze konden het zien, ze wisten het, hoe kon dat nu, waarom toch? Waarom?

‘Nee, ik heb geen onderbroek aan’ riep de man uit en begon te huilen.
Schokschouderend liep hij naar huis en sloot zich op voor de rest van zijn leven.






Op uitstap

Vandaag toog ik met vier kinderen naar het Provinciaal Domein in Kessel-Lo. Gewoon lekker genieten van de zon en de rust samen met nog 500 andere mensen. U kent dat wel. Toen ik rustig op een bank zat, kwam er een jongen afgestormd op mijn onbekende buurvrouw met de woorden dat er een man in de bosjes zat met een geweer. Ongeladen, voegde hij er nog aan toe. En hij stoof weer weg. Na een minuut stond hij er terug met de woorden dat het toch wel cool was dat geweer en dat ze samen aan het spelen waren. Ik kon mijn oren niet geloven en verkaste de kinderen naar een speeltuin een beetje verderop.

Toen ik op de weg een moeder rusteloos heen en weer zag lopen op zoek naar een verloren kind, vroeg ik mij af of ik mijn hulp niet moest aanbieden. Nee, toch maar niet. En toen ik haar daarna, nu nog meer buiten adem voorbij zag lopen, vreesde ik het ergste.

Daar lag de kleine in een plas bloed omringd door een hoop omstaanders. De moeder in kwestie druk bellend en huilend aan de telefoon. Mijn eigen kinderen “zwaar onder de indruk” bestormden de ijsjeskar en aten gretig. Ik keek nog eens vluchtig achterom en was blij dat het niet de mijne was, zette gezwind mijn zonnebril op en stapte verder.






Waarom?

En weer doe ik het. Gerookte vis kopen voor een kouwplakke. En ik lust het niet. Sprot. Idem. En zuur mosseltjes.

Het gaat zo, het is warm weer, ik sta in de plaatselijke GB en denk net zoals al die andere mensen rondom mij ‘wat ga ik vanavond weer eens klaarmaken.’ Zin om te koken/bakken/braden heb ik niet, afhaal is geen optie wegens gisteren al afgehaald, en de te koken aardappel doorschuiven gaat niet wegens uithuizige man.

Iets vlug klaar niet te warm, misschien? Oooooo, gerookte zalm, dat is lang geleden, met een tomaatje, en wat asperges, en een komkommertje, en wat ligt er hier nog? Ach sprotjes, dat is lang geleden, van toen ik klein was, denk ik. en ne makreel, och en zo’n potjes mosseltjes in ‘t zuur. En tevreden keer ik huiswaarts.

Tot ik de zoute troep op mijn bord zie liggen. Ineens weet ik weer waarom het zo lang geleden was.
Tot volgende zomer hoogstwaarschijnlijk, want dan sta ik daar weer te watertanden, en koop ik het weer.

De kat vindt het allemaal best. We zullen maar zeggen dat het vandaag dierendag is.

*Aanvulling*: De kat lust het ook niet.






Creatief met taal

Dochter en Zoon spelen spelletjes tijdens de wandeling. Dochter zegt wat er moet gebeuren en zoon volgt :
Maintenant, on monte ici (ze stappen allebei op de rand van een bloembak)
Maintenant, on saute par terre (ze springen van de bloembak af)
Maintenant, re-ici ! (ze stappen terug op de rand)

Geef toe, on monte de nouveau ici is toch veel te lang ! Re-ici, vanaf volgende jaar te vinden in elk woordenboek !






Intelligent Design, mon oeil!

U weet, of u weet niet, dat een paard in zijn mond een stuk heeft waar géén tanden staan en waar dus perfect een bit tussenpast. Verder is een paard nét dom genoeg om toe te laten dan er iemand op zijn rug komt zitten en hem vertelt wat te doen. Maar toch slim genoeg om te leren wat van hem verlangd wordt.

Al dat deed mij bijna geloven in het bestaan van Intelligent Design.

Tot ik bedacht dat het totaal belachelijk is dat mensen bijna uitsluitend puistjes krijgen op de enige plaats die men niet kan bedekken tenzij men in Afghanistan of consoorten woont, zijnde het gezicht.

Allee wat is daar nu de bedoeling van? Waarom kan de puber zijn acné niet pakweg op zijn achterwerk aantreffen? Of desnoods in de maagstreek? Waarom kan ik mijn komende menstruatie probleemloos voorspellen aan de hand van een Pertinente Pukkel op het gelaat? Ik zou liever weten dat het weer bijna zo ver is door even naar mijn handpalmen te kijken.

Intelligent Design? Sadisme of het werk van een ondermaatse ingenieur ja.






Aardappelen

Jos keek naar zijn aardappelveld. Daar lagen ze, knolsgewijs in de aarde, te wachten tot ze zouden gaan groeien, schoon aangeaard, geen coloradokever te bespeuren.
Jos zuchtte, en leunde tevreden op zijn riek. Grote dichters hadden den aardappel bezongen, Ter Balkt, Cami en hier, op zijn veld, in zijnen hof groeiden ze.
Jos werd weemoedig en pinkte een traan weg, de natuur was toch schoon. Hoe zouden ze het hebben, daar onder de grond, terug van waar ze gekomen waren, rebirthing als het waren. Jos grinikte, eigenlijk was hij best grappig, somtijds. En poëtisch.
Zijn gedachten dwaalden weer naar de petatten, de petatten, de petatten in zijne grond.
En toen gebeurde het. Ineens besefte hij iets vreselijk, ze lagen te stikken!
Hij had ze levend begraven, bedolven onder zand. Hij hoorde ze roepen, snakken naar lucht, hij hoorde ze huilen, en zachtjes naar adem happen, maar er was geen adem, ze zouden omkomen. En hij, hij was het monster dat dit op zijn geweten had. Een kind duw je toch ook niet terug in de moederschoot? Wat had hij gedaan?
Het angstzweet brak hem uit, hij keek achterom, kwam de politie al, snel hij moest iets doen.
En als een gek begon hij te graven, met zijn blote handen haalde hij de aardappels terug boven, hij suste, en huilde, en smeekte om vergeving.
De aardappels zwegen echter in alle talen.

Verslagen zat boer Jos tussen zijn uitgegraven petatten, petatten, de uitgegraven petatten op zijne grond.






Voor u gesmeerd : L’Oréal Sublime Bronze One Day


Gezien de discrepantie in getintheid tussen mijn benen en wél aan het zonlicht blootgestelde delen, besloot ik dat eens te proberen.

Met Karamel, meldt de verpakking. En zo ziet het er ook uit. Maar dan wel verbrande karamel.

Het uitsmeren gaat vlotjes en jawel : het resultaat is bruine benen. Zonder strepen of andere vuige vlekken die een echte zelfbruiner altijd geeft. Bij mij toch.

Te verwijderen met water en zeep. Beweert men. Maar afgaande op mijn handen zal ik er eerder een schuurspons bij moeten halen want die waren pas terug proper nadat ik mijn aanrecht geCillitbangt had. En waarom klinkt dat als iets strafbaars?

Laat ons het houden op lichtbruin maar natuurlijk van tint.  Het verschil tussen armen en benen is nog altijd groot, maar niet meer oogverblindend.

Geen slechte oplossing dus.






Nestdrang

Toch iets gek eigenlijk. Ik ben nu 32 weken ver en het begint serieus de kop op te steken, kleertjes sorteren, pampers kopen, luiertafels in elkaar vijzen, kuisen, …. Echtgenoot vindt dat allemaal best OK. Maar wat merk ik, hij heeft precies een stukje nestdrang overgekregen !

Dit weekend is hij immers rekken gaan kopen, heeft de kelder opgeruimd en georganiseerd en is naar het containerpark gereden met een hoop rommel. Zouden zwangerschapshormonen misschien besmettelijk zijn ? Ook voor mannen? Hmm, voer voor verder onderzoek misschien.

Maar dat zal voor later zijn, eerste bevallen natuurlijk!






Beter voorkomen dan genezen

Na het sporten wandelde Joris bezweet de keuken binnen. Hij trok de koelkast open, nam de fles melk en schonk een glas in dat hij gulzig uitdronk.

Zijn ouders, nonkel Karst en zijn jongere zus Annelies keken toe terwijl ze aan de keukentafel zaten.
Zijn vader balde zijn vuisten en toen hij een tweede glas inschonk begon zijn moeder te huilen.
Niet begrijpend keek Joris naar de keukentafel, ‘Mama, wat is er?’ Er flitste vanalles door zijn hoofd, ze keken allemaal zo bezorgd, zou mémé overleden zijn? of de kat overreden? Was er iets anders gebeurd, had hij zijn ex-vriendin zwanger gemaakt en had die dat tegen ons Annelies gezegd en die natuurlijk tegen de papa?

Vragend hief Joris zijn handen in de lucht.
‘Watte’ vroeg hij in schabouwelijk verkavelingsvlaams terwijl hij zijn melksnor wegveegde.

Zijn vader liep rood aan, ‘watte?!?’ riep hij, ‘Rustig, nu Karel’ piepte zijn moeder’ ‘Papa, wacht efkes’ riep Annelies.

Wat was hier gaande?

Joris wou naar zijn kamer gaan, maar nonkel Karst hield hem tegen. ‘Jongen, we moeten even praten, ik ben hier omdat ik dicht genoeg bij jou sta om het op te merken, maar toch niet tot dat kerngezin hoor, jongen, wij moeten praten, als volwassen mannen bij elkaar.’

Snel dronk Joris het laatste restje melk op. Zijn vader stond op van tafel en liep vloekend naar de gang, zijn moeder begon hysterisch te huilen, en Annelies suste, terwijl ze haar arm rond hun mama haar schouder legde.

‘Wat is hier aan de hand’ riep Joris, ‘Niet agressief worden, jongen. Kom ga zitten, we weten dat je een probleem hebt, we volgen het al een paar weken, en vandaag zijn onze vermoedens nog maar eens bevestigd. De manier waarop jij drinkt, als een bezetenen dat glas leegkapt, zelfs niet genietend van de drank, gewoon zo snel mogelijk alles naar binnen kappen, en bijvullen en terug ad fundum. De snelle roes, de gemakkelijke vlucht.’
‘Het is melk’ stamelde Joris.
‘Ja, misschien, maar de manieren zijn er, de tekenen wijzen in dezelfde richting, je bent nog jong, nu moet je je herpakken, voor het misgaat, want straks gaan de cijfers op school achteruit, foute vrienden, goedkope pils en wodka uit de nachtwinkel, de goot jongen, in de goot staat een naam, Jouw naam.’
‘Ik zit in mijn tweede jaar rechten, ik sport, ik heb geen probleem’ riep Joris.
‘Stil jongen, rustig maar, we menen het goed. ‘ ‘Ontkenning, mama, hij ontkent nog.’ hoorde Joris zijn zus fluisteren.
‘Er is niets te ontkennen, het is melk!!!!’
‘Nee, man, je bent op de foute weg, we hebben het hier allemaal gezien, de snelle gulzige zoektocht naar goedkoop vertier, en dan vieze ziektes opdoen, en u prostitueren om geld te vinden, en uw moeder heeft al zo’n verdriet.’
‘Het is MELK, MELK, alstublieft’

‘Rustig Joris, dit is voor ons ook niet makkelijk.
Nonkel Karst knikte naar de deur waar twee mannen in witte jassen verschenen, en langzaam Joris meenamen.
‘Het Is MELK, GODVERDOMME, MELK!!’ riep Joris terwijl hij in de anonieme wagen werd geduwd.

Huil maar troostte Nonkel Karst zijn zus, het is voor niemand makkelijk, maar beter voorkomen dan genezen.’









Welkom op Jutblogt.
Wij zijn een groep virtuele vrienden met een gedeeld virtueel verleden, die besloten hebben ons aan een groepsblog te wagen.
Heel verscheiden, heel divers, soms scherp, soms grappig, maar vooral met plezier geschreven. Met deze blog gunnen we u een blik in onze ziel, en geloof ons, het is daar gezellig toeven.
Gisteren nog geheim en enkel voor een zeer select publiek, vandaag zomaar voor iedereen toegankelijk. Ook voor u. Gratis en voor niks. Veel leesplezier.






Profielen


Blablabla