Griep

Maar enfin, Jos, stel u niet zo aan.
Jos lag te bibberen onder een Solemio dekentje op de zetel.
‘Het is de Griep, Martha, de Mexicaanse, ik voel het, ik ben helegans zweterig en buiten adem, mijn laatste uren komen eraan, wat zeg ik laatste minuten, ik zie den tunnel al, en het licht, en oooooo, daar flitst mijn leven voorbij, mama, mama, ben jij dat, uw Joske komt eraan’

Martha draaide met haar ogen en ging naar de keuken.
Jos zette zich wat rechter om de afstandsbediening te pakken, Marc Van Ranst had gezegd als je griep hebt, pak nen boek en ga naar uw bed, maar de zetel en den tv zullen ook wel goed zijn.

Ineens ging de deur open en daar verschenen 5 Mexicanen, gedrongen kerels, getaande huid, veelkleurige sombrero’s op hun hoofd.
Terwijl vier vrolijk Mexico, mexihiiiiiiiiiiiico begonnen te spelen kwam de grootste naar Jos toegedanst.

Ik ben naar Mexico gekomen
Het land van liefde en van zon
t Was in de schaduw van de bomen
Dat net als in dromen
Het sprookje begon

Langzaam haalde hij een fles tequila uit zijn borstzakje en slokte het in één teug naar binnen. Jos trok zijn Solomio dekentje tot onder zijn ogen. De Mexicaan spuwde al de alkohol in Jos zijn gezicht.

Ik was daar op een groot fiesta
En zag een cabbalero staan
We dansten samen toen een rumba
En daar bij die rumba
Is alles ontstaan

Drie mannen sloegen ritmisch met tortillas op Jos zijn blote lijf- heeee, waar was zijn dekentje, en zijn sponzen pijama van de Wibra?

Mexico, Mexi-iiiico
Oh land van al mijn dromen
Met je gitaarmuziek bracht je de romantiek
Voor hem en mij

Ze sloegen harder, nu met Kaasquesadilla’s met guacamole. De tequila prikte in Jos zijn ogen, en hij probeerde zijn lippen dicht te knijpen toen ze er Pulque in wilden gieten. Helaas…

Mexico, Mexi-iiiiiiiico
Ik blijf er altijd wonen
Je bent me alles waard
Een paradijs op aard
Ja dat ben jij

Martha schrok zich een hoedje toen ze terug in de woonkamer kwam. Jos lag zwetend in de zetel, hij ademde onregelmatig en kreunde zachtjes.

Snelde belde Martha de Griepcommisaris.
Mexico,Mexicoo
Mexico,Mexicoooooo
Olé






Wijsheid van de dag

Zeg je tegen de Carglassman “wel jij bent goed voorzien”
Leg dan dadelijk uit dat je het hebt over zijn glasterugplaatsmasjien.






Bloot

Ik heb enkele kleine afwijkingen. Mijn dikke teennagels groeien wat naar boven zodat ik tweewekelijks wel eens een gat bespeur in mijn kousen. Mijn verstrooidheid (afwijking 2) zorgt er dan voor dat ik de kous alsnog in de wasmand gooi in plaats van in de vuilbak. Een gat ter hoogte van de dikke teen is zeer vervelend. Het gat wordt alsmaar groter en de teen bloter. Vervelend én gênant. Des ochtends als ik weer eens te laat ben opgestaan (afwijking 3) neem ik in alle haast een paar kousen uit de kast, trek ze aan en merk het gat op ter hoogte van de rechter dikketeen. Afwijking 4, luiheid, zorgt er vervolgens voor dat ik GEEN nieuwe kousen uit de kast ga halen. Ik wissel gewoon de sokken waardoor het gat ter hoogte van de tweede kleine teentjes van de linkervoet zit. Geen uitstekende, blote dikke teen. Niet meer vervelend, enkel gênant.






Boecht van Dunaldi






Hoestje

Aleee, waar blijven ze, de doden van de Mexicaanse griep? Al die duizenden lijken, die rouwstoet van mensen met mondmaskers? Die legertenten vol veldbedden met hoestende grieplijders?

Weet je wat het is? De jeugd kent geen virussen meer.
De Spaanse Griep, dat was een griep! Mensen vielen dood op straat, men kon het niet bijhouden, van pure ellende gooiden we ongebluste kalk op de rottende lichamen langst de kant van de weg.
Maar zeurden wij? Ik dacht het niet! Wij gingen door, met werken, zonder al die brol van reinigende gel en elleboog-in-plaats-van-handjes geven.
Den oorlog was niks tegen die griep. Maar waren wij bang? Hadden wij schrik van de griep? Mor nee, wij hadden het te druk met overleven, met werken voor de kost en hinderlagen leggen voor den Duits.
De Griep, dat was iets voor sissy’s.

En nu geven ze griepspuiten, zo’n klein ieniemienie naaldje in uw arm.
Vroeger, vroeger gaven ze pas picuren, met een stompe holle naald, van zeker 15 cm. Wat zeg ik 25 cm, minstens, en heel traag, petat in uw gat. Weken kon je niet zitten, niet dat we tijd hadden om te zitten, ‘t was oorlog, wij hadden wel iets anders te doen dan op ons gat te zitten.
En trouwens he, trouwens, in Duitsland spraken ze toen van de Vlaamse Griep, een geuzennaam, iets om fier op te zijn, in plaats van te bestrijden met geparfumeerde ontsmettingsdoekjes.

Er is trouwens maar één remedie tegen de griep: Rum, zo lere ons de koning van Spanje.

Bij deze: Schol!







Wijsheid van de dag

Als de wijn is in de man

weet vooral de vrouw ervan.






Het einde van de wereld, bijna

Mamzel en ik waren aan het fantaseren over hoe door de Mexicaanse griep iedereen aan zijn eind zou komen, behalve wij tweeën. Ja dat hoort u goed: enkel wij blijven over wegens ingebeelde resistentie. En ja, IEDEREEN is wijlen, ook onze kinders. Godbetert dat we er helemaal alleen voorstaan met een viertal variërend van 0 tot 19 jaar.

Meteen rezen er al enkele bezwaren. Het is namelijk zo dat wij reeds nu telefonisch rologen en ruzie maken, wat zou dat zijn indien we enkel op elkaar aangewezen waren? En een leeg internet zodat we daar ook onze grieven niet op kwijt zouden kunnen. Niemand anders om over te roddelen en zeuren. Misschien moesten we wel op dezelfde afstand als nu van elkaar blijven wonen, voor de veiligheid, want we voorzagen handgemeen binnen de kortste keren.

Een bezoekje af en toe moet kunnen, immers zij kweekt groenten, dus ik zou toch even langswillen om wat vitamines want ooit geraken alle Delhaizes ten lande leeg of bedorven. We eten ook eerst onze honden op, zijn we daar ook al vanaf en dan gaan we over op de paarden. Eerst de andere, dan de onze en in het geval van de honden net omgekeerd. Naft is geen probleem, benzinepompen genoeg in België.

Even inbreken en laat het zwarte goud maar stromen. Alleen zien dat we uit eerlijke gewoonte niet gaan staan wachten aan de kassa tot er iemand komt om af te rekenen.

Maar onze mooiste fantasie moet nog komen. Want dit is geen hersenspinsel van vijf minuten, néé reeds twee dagen verlekkeren we ons op dit scenario.

Het mooiste zou zijn dat we ongeremd dik gingen worden. Niet gewoon dik, maar Little Britain dik. We zouden van supermarkt naar supermarkt rijden en ons bevoorraden met alles wat god en Montignac verboden hebben.

We zouden ons niet meer scheren, niet naar de kapper gaan, joggings aandoen en slobbertruien, Uggs dragen (zoals zij nu al doet, maar hou het stil) en geen hoge hak die nog in de buurt van onze onderdanen zou komen. Geen fond de teint, geen mascara, zelfs geen dagcrème.

Als we dan toch allebei moddervet en slonzig zijn, misschien dat we dan toch wel kunnen samenwonen. En als we ’s avonds met een genoeglijke zucht samen in de zetel neerploffen, Uggvoeten op de poef, vetrollen uitstulpend, niet meer wetend van wie welke (schaam)haarbegroeing is wegens woekering, dan schenken we ons zoveelste glas wijn in, pakken er een schotel koekjes en chips bij, drukken de tigste peuk uit in de overlopende asbak en klinken op het bijna einde van de wereld. Aaaaaah Utopia!

Eén probleem staat ons in de weg: elektriciteit. Want wij houden wel van ons gemak natuurlijk. Degene die daar een oplossing voor weet, mag ook resistent worden. Aan de rest van jullie: veel plezier in het hiernamaals!







Caramellenvers

Hier sta ik dan naakt
Met m’n ziel op m’n rug
Ik kijk naar jou en jij kijkt terug

Je ogen zo open
Ik wil gaan lopen
Maar jij bent veel te vlug

Wie ben je, waarom
Zie je waar ik van kom
Ik dacht dat ik je tranen zag
Ik wil je begrijpen,
Jouw handen grijpen
Maar iets zegt dat dat niet mag

Wees lief voor mijn lijf
Doe niets of doe juist heel veel
Ik wil dat ik jouw dromen deel
Ik wil je bezitten jouw bloed verhitten
Ik wil je hoofd, je buik, je keel

Ik hoor je zacht zuchten,
Jouw hand strekt zich uit
We maken beiden geen geluid
Ik moet je verlaten
Je zou me haten
Ik ga en kijk niet om

De veerman, de boot, ik bijt hard op mijn lip
Verbeeld dat jij me zacht terugriep.

Het water is zo zwart






Hihi

‘Jaja een paard in de gang’

De polonaise zette zich in beweging. Heren met domme hoedjes op hun hoofd, de das wat losser gemaakt, dames met hoogrode konen, lippen, lichtjes geopend’
‘Bij buurman Jaaaaaaannnnnnssssen’

Elise bekeek het van op een afstandje. Walging in haar ogen.
Waarom moest het altijd zo eindigen, straks de kuskesdans, nen trage, en dan kwam er wel zo’n zwetend rund zich tegen haar aan schurken, bahbahbah.

Het paard naast haar zuchtte. Hij was al blij dat hij niet meer in de gang moest staan, maar helemaal thuis voelde hij zich niet, hier op dit personeelsfeest.
Elise keek opzij, eigenlijk viel het paard wel mee, sierlijk hoofd, volle manen, of is alleen de maan vol, en manen eerder blinkend en gezond?

Het paard keek diep in haar ogen.
‘Mag ik deze dans van u?’ Het licht was gedimd, blue eyes stroomde slijmerig uit de boxen. Voor Elise stond Frank van de boekhouding.

Elise sprong op het paard en gaf het de sporen.

Luid lachend reden ze de horizon tegemoet.
Frank keek haar verbaasd na, en bedacht dat teveel wijn niet goed is, nooit.









Welkom op Jutblogt.
Wij zijn een groep virtuele vrienden met een gedeeld virtueel verleden, die besloten hebben ons aan een groepsblog te wagen.
Heel verscheiden, heel divers, soms scherp, soms grappig, maar vooral met plezier geschreven. Met deze blog gunnen we u een blik in onze ziel, en geloof ons, het is daar gezellig toeven.
Gisteren nog geheim en enkel voor een zeer select publiek, vandaag zomaar voor iedereen toegankelijk. Ook voor u. Gratis en voor niks. Veel leesplezier.






Profielen


Blablabla