2010

‘Maar ik weet echt niks, en ik ga weer vreselijk uit de toom vallen, ik weet het nu al.’

Droevig keek Maurice Van Damme naar de grond.

Elk jaar hetzelfde verhaal, iedereen maakt goede voornemens, en hij weet niks…

Ach, rookte hij maar, dan kon hij net als iedereen zeggen dat hij zou stoppen met roken, maar meneer Van Damme had in heel zijn leven nog niet één sigaret aangeraakt, en eigenlijk wou hij dat wel zo houden, op zijn leeftijd beginnen roken was pathetisch en erg onpraktisch.

Stoppen met drinken ging ook niet, want waar mensen een roker die stopt toejuichen, fronzen ze de wenkbrauwen als iemand vertelt dat hij niet meer drinkt. ‘Allee, één pintje kan toch geen kwaad, een glas wijn is gezond, en water, dat is voor de vissen, om in te pissen.’

Maurice zuchtte, hij wou ook een goed voornemen maken, eentje waar mensen bemoedigend bij knikten, maar niet te speciaal, want het was niet de bedoeling dat ze het voornemen zouden onthouden, nee, liefst niet. Het angstzweet brak Maurice uit toen hij terugdacht aan 2004, toen hij, in al zijn hoogmoed tegen iedereen die het wou horen, en ook aan hen die het eigenlijk niet wilden horen, verkondigde dat hij het komende jaar niet meer zou slapen, waar had je al die slaap eigenlijk voor nodig? Allemaal zwaar overroepen, en tijdverlies, vooral tijdverlies.

Natuurlijk was hij van pure zattigheid om drie uur, die eerste januari in slaap gevallen, en natuurlijk hadden zijn ‘vrienden’ een filmpje gemaakt en op youtube gezet. Eerst zag je hem verkondigen dat hij niet nooit meer zou slapen, en toen zag je hem knikkebolle en in slaap vallen, en dan de tekst die ze eronder gemonteerd hadden, walgelijk, hij rilde als hij er terug aan dacht.

Er zat dus niets anders op, hij stak de sigaret in zijn mond en stak ze aan.

Nog een week om een verstokt roker te worden, en dan zou hij stoppen. Hij hoestte maar inhaleerde dapper.

Niemand heeft ooit beweerd goede voornemens makkelijk zijn.






Boecht van Dunaldi-kersteditie






Hohoho!

Langzaam kwam de Kerstman naderbij geslopen, zijn rode pak stak schril af tegen de witte sneeuw.

Hij hijgde, en loerde angstig om zich heen.

In het schijnsel van de straatlantaarns tekende de schaduwen van de huizen zich af. De Kerstman keek naar de gevels, alweer waren er trofeeën bijgekomen.

De Kerstman begreep het niet, van een hert of een everzwijn hingen ze alleen het hoofd trofeegwijs boven de schouw, van menig dier werden pelse frakken gemaakt, konijnen hun poten gebruiken ze als geluksbrengertje, maar dit…

Angstig drukte hij zich tegen de grond, hoorde hij voetstappen?

Een schot weerklonk in de koude nacht, en opgewonden kinderstemmetjes gilden ‘we hebben er één, we hebben er één.’

Vader haalde een eindje touw, bond dat rond Santa zijn buik en onder applaus van de familie werd het levensloze lijf van deze ooit zo vrolijke dikkerd aan de gevel van de fermette bevestigd.






Kerstmis

k zie hem daar al lopen Jozef, met aan zijn ene arm zijn puffende Maria en onder zijn andere arm een stenen tafel.
En elke keer zijn Marie weer een wee moest opvangen en ze aan de kant gingen zitten begon weer de discussie over de voornaam en ging Jozef met zijn tafel op schoot weer het lijstje af.
Het kon Marie al lang geen fluit meer schelen hoe de baby zou heten zolang ze maar ergens warm en droog kon persen straks maar neen Jozef ging voor een consensus. Een consensus, jezus mompelde Marie waarop Jozef “Jezus” beitelde op zijn stenen tafel want die naam hadden ze nog niet.
Maria roloogde en zuchtte eens diep. Wat had ze toch gezien in die simpele timmerman die duidelijk zijn wereld niet kende.
Jozef hoorde haar zuchten en dacht dat er weer een wee aankwam.
Maria moest nog even inwendig gniffelen omdat iedereen er toch maar mooi ingelopen was … onbevlekt ontvangen, moeha. Ik kan het toch goed uitleggen dacht ze en stiekem hoopte ze dat het kind in haar schoot dàt tenminste van haar zou erven …

En daar gingen ze weer verder richting herberg ofzo …






Van vlees en bloed

Gaia lanceert Diervriendelijke ganzenlever. Ten eerste is iets waar geen ganzenlever aan te pas komt, géén ganzenlever maar deze faux pas kan ook aan de journalist liggen.

De faux gras daarentegen is helemaal de schuld van de Michel. Wat gaan we nog krijgen? Nepvlees? Ow dat bestaat al. Valse prepare? Idem.
Volgens mij is het enige dat niet bestaat alsofvis. Maar voor de rest is er een hele industrie gewijd aan het fourneren van dingen die zoveel als maar mogelijk op vlees en aanverwanten lijken.

Waarom, vraag ik mij af? Als je dan toch geen vlees wil eten, waarom wil je dan perse iets dat er op lijkt? Ga toch gewoon allemaal lekker groentjes eten.

Toen ik ten tijde van de dioxinecrisis eens een half jaartje een vegetarische kramp had, kwam hier niks neps binnen. Dankzij het Grote Oranje Boek -u weet vast wel welk en zoniet : jammer want ik ga het niet googlen.
Tot ik met graagte een stuk uit een levend schaap gebeten had en de dioxines mij gestolen konden worden. Toen gingen we terug over op Vlees. Echt Vlees. Geen zielige would-be worsten, geen traumatiserend tamme tofu geen plaatsvervangend paddenstoelengehakt en geen bedroevende burgers.

Ik doe niet aan erzatsz, het is the real thing of niks. En zolang ik daar zo over denk, kan ik ook onmogelijk katholiek worden. Het echte lichaam en bloed van Christus, of het is zo goed alsof ik het gehad heb.

Faux Gras, waar hàlen ze het






Waanzin op woensdag- Het einde

Vorige delen via hier

Hij vroeg zich af wat er gebeurd was, maar dat was iets wat hij nooit te weten zou komen, wist hij al. Hij wist dat het proces niet lang zou duren. Hij wist dat hij ter dood veroordeeld zou worden, maar hij wist niet of de jongen hetzelfde lot beschoren zou zijn.
Het kamp was rustig. Na een paar weken was de jongen weer bijna dezelfde als voor de ondervraging. Het werk deed hem een deel vergeten, maar ‘s nachts in zijn dromen verscheen de andere nog altijd en dan werd hij badend van het zweet wakker. De schipper wist dat er iets in de jongen gebroken was, wat nooit meer geheeld kon worden. Hij bekeek de jongen regelmatig wanneer deze sliep. Hij was veranderd, ook al leek hij nu weer dezelfde. Hij was nog altijd even rustig en stil, maar de stilte die de jongen nu droeg, was anders dan de stilte voordien.
De jongen voelde hoe de schipper hem met argusogen bekeek. Hij probeerde te bewijzen dat hij zich weer goed voelde, maar hij besefte dat juist hierdoor de schipper nog minder geloofde dat hij zich goed voelde.
En dan kwam het bericht dat ze op het proces werden verwacht. De angstdromen van de jongen kwamen terug toen hij voor de eerste keer in het gerechtsgebouw was geweest. De schipper nam hem in zijn armen, telkens wanneer de jongen een nachtmerrie of een angstaanval had. De jongen kon zich niet herinneren dat de schipper ooit zo geduldig geweest was. Maar hij wist dat hij nu steun bij de schipper had, hij zou hem wel helpen.
Het verdict: de jongen keek sprakeloos naar de rechter die net het verdict had uitgesproken. De schipper kneep hard in zijn armen. Hij zag de jongen lijkbleek worden. De jongen stond op het punt flauw te vallen.
De doodstraf voor hen beiden. De jongen kon het niet geloven. Hij begon te huilen, luid. Zijn schouders schokten heftig. De schipper trok hem weer naar zich toe. Het kon hem niet schelen dat de mensen hen nu aankeken. Nu was de jongen het belangrijkste.
“Ik wil niet dood. Schipper, ik wil niet dood!”
De schipper zweeg. Hij streelde over het haar van de jongen en wist niet wat te zeggen. De rechter zou zijn verdict niet herzien, zag hij. Hij en de jongen waren ter dood veroordeeld. Hij wou dat hij de jongen er nooit in betrokken had, maar nu was het te laat. Nu was het te laat voor alles.
De jongen staarde voor zich uit. Hij zat in de dodencel. Over een uur kwamen ze hem halen, wist hij. De advocaat had nog geprobeerd voor de jongen clementie te bekomen, maar tot nu toe was dat niet gelukt. Hoop had de jongen niet meer, die was al lang vervlogen. De andere had hem alles ontnomen; de kans om gelukkig te zijn, de mogelijkheid tot hopen. Pas nu voelde hij wat de andere, en niet de eerste hem had aangedaan. Hij slikte even. Hoe laat was het? Moest hij nog lang wachten? Hij wou maar dat alles snel voorbij zou zijn. Hij hoorde de voetstappen die bij zijn deur stopten. Hij hoorde de deur opengaan. Een paar soldaten kwamen binnen en grepen hem vast. Hij werd meegesleurd, op weg naar de dood.






Witte watten

Ik ben geen echt mens, vaak kijk ik naar echte mensen, op de trein, of in de gb, en soms probeer ik ze na te doen, want soms, heel soms zou ik ook een echt mens willen zijn. Plichtbewust, standvastig, met een salontafel en servies enzo. Helaas, ik doe maar alsof, maar wel goed.

De auto’s kruipen voorbij, ze rijden niet, ze schuiven door het decor, een stille film, alle geluid wordt gedempt, sssssssssstttttttttttt.

De wind snijdt door merg en been, als een mes door de boter.

Later als ik groot ben, dan zal ik, dan doe ik, en niet anders en alleen omdat ik het wil, en dan ineens het besef, later is nu, ik ben groot, de tijd van kansen is voorbij, langzaam weggegleden terwijl ik dacht dat alles nog kon. Het besef komt als een mokerslag, een bliksemschicht bij heldere hemel, later is nu, vluchten kan niet meer, speeltijd is gedaan. Nu is het voor echt.

Maar ik kan niets, het is bluf, ik ben maar een meisje, te laet, voorbij.

Als het sneeuwt zie je het verschil, de meisjes hun ogen blinken, hun kaken zijn rood van opwinding, echte, ze ergeren zich niet aan files en verkeerschaos, ze luisteren naar de oorverdovende stilte, ze kijken naar de takken die zwaar doorbuigen, beladen met sneeuw, ze staren naar de donkere lucht en hopen dat er meer sneeuw valt, veel meer, witte watten, zacht bed, eindelijk.

Eindelijk






Wijsheid van de dag

Wil je op je huwelijksverjaardag bij de voetbal gaan scoren
’s avonds bij je vrouw heb je voorzekers verloren.






Huwelijksverjaardag

Huwelijksverjaardag en lap, niks attentie buiten een kus.
Nu, meer moet dat niet zijn (enfin, hij vindt van wel, ach daarvoor is hij ook een man natuurlijk), maar toch …

Dus, een schoon tekstken om mijn liefde nog eens te verklaren …?

“Lieve man van mijn leven”
neen, te dinges, te slijmerig.

“Als de dag van toen, nog steeds verliefd en gij zijt content als ik u op tijd hebt geriefd”.

“Zoals de mexicaanse griep houdt van de zwakken, zo hou ik van jou …”

“De aarde is rond, en zo inmiddels ook mijn kont maar wat maakt het uit we zijn nog samen en gezond”.

“We doen het nog goed (niet zo vaak als jij vindt dat euhm “het” moet)”

“Ik loop hier wat verloren omdat jij vandaag liever op de voetbal ging scoren …”

Ik denk dat ik morgen nog rap voor een goed fleske ga …






Goed doel

Het is weer december, tijd voor de Goede Doelen allerhande.

Zo is er bijvoorbeeld http://www.stubru.be/programmas/musicforlife
Overal ten lande zullen er dus weer jongeren staan om centjes te ronselen tegen de malariamug en voor klamboes.
En toen had ik dus een plan, en ik heb Uw hulp nodig.

Ergert u zich ook zo aan die kleine koperen centjes in uw portemonnee, die u nooit gebruikt en die in uw huis overal rondslingeren? Wel, schenk ze aan één of andere jongeling die op een winkelstraat iets Creatiefs doet ten voordele van Music for Life, met de complimenten van Jutblogt!
Plunder uw kinderen hun spaarpot, zoek in uw man zijn jas- en ander zakken, we zorgen dat heel het land zonder die kleine muntjes komt te zitten.

Tegen de rommel in uw portemonnee, tegen malaria! voor het goede doel en met de complimenten van Jutblogt!

Doén!









Welkom op Jutblogt.
Wij zijn een groep virtuele vrienden met een gedeeld virtueel verleden, die besloten hebben ons aan een groepsblog te wagen.
Heel verscheiden, heel divers, soms scherp, soms grappig, maar vooral met plezier geschreven. Met deze blog gunnen we u een blik in onze ziel, en geloof ons, het is daar gezellig toeven.
Gisteren nog geheim en enkel voor een zeer select publiek, vandaag zomaar voor iedereen toegankelijk. Ook voor u. Gratis en voor niks. Veel leesplezier.






Profielen


Blablabla