Caramellenvers
Hier sta ik dan naakt
Met m’n ziel op m’n rug
Ik kijk naar jou en jij kijkt terug
Je ogen zo open
Ik wil gaan lopen
Maar jij bent veel te vlug
Wie ben je, waarom
Zie je waar ik van kom
Ik dacht dat ik je tranen zag
Ik wil je begrijpen,
Jouw handen grijpen
Maar iets zegt dat dat niet mag
Wees lief voor mijn lijf
Doe niets of doe juist heel veel
Ik wil dat ik jouw dromen deel
Ik wil je bezitten jouw bloed verhitten
Ik wil je hoofd, je buik, je keel
Ik hoor je zacht zuchten,
Jouw hand strekt zich uit
We maken beiden geen geluid
Ik moet je verlaten
Je zou me haten
Ik ga en kijk niet om
De veerman, de boot, ik bijt hard op mijn lip
Verbeeld dat jij me zacht terugriep.
Het water is zo zwart
(ik vind het zeer mooi, en het riep iets op dat een antwoord kan zijn..)
Wacht !
Wacht op mijn woorden, die ik niet kan vinden
Want ze zitten zo diep, bang van hen en mij te binden
Ik heb enkel wat tijd nodig, tijd om mijzelf te bezinnen
om van klanken woorden te maken en van woorden zinnen
Zinnen kan ik je geven, mooi verbloemde gedachten,
ach slechts een fractie van wat ik voor je voel toen we samen lachten
Ik voel je pijnlijke lust naar het diepe zwarte water,
maar alsjeblieft blijf, ver weg of dicht bij mij, blijf nu en later,
kleef op mijn huid of vlinder naar een bloesem ver weg
doe het voor jezelf, en luister naar wat ik zeg
laat onze ogen elkaar echt zien, onze handen elkaar raken,
onze zielen elkaar omstrengelen tot we vervoerd geraken
Ik zou je haten, maar haat ik mezelf niet nog meer ?
Blijf zodat we elkaar leren ontdekken (met een zachte veer)