Waanzin op woensdag. Deel 3

Deel 1
Deel 2

“Jongen, als ik jou was, zou ik gaan praten, anders verplicht je ons je zwaar pijn te doen.” Het was weer de eerste man. Hij speelde met de bruine haren van de jongen. De jongen bleef stom en hij zag hoe een van de soldaten een toestel bij het bed plaatste. De jongen herkende het ding meteen. Zij gebruikten het ook regelmatig in de boot, wanneer de batterij plat was.
De man zag de angst op het gezicht van de jongen.
“Weet je waarvoor dit dient?”
De jongen knikte stom.
“Waarvoor dient het dan?”
Het duurde even voor de jongen antwoordde: “Het dient om een batterij weer mee op te laden. We gebruiken het soms op de boot.”
“Dan kun je al raden waarvoor we het hier gebruiken.”
De jongen knikte. Hij sloot zijn ogen om niet in de harde ogen van de man te moeten kijken. Hij voelde hoe de eerste tang aan het bed werd vastgemaakt. Het bed bestond alleen maar uit ijzer. Alleen de riemen die hem vasthielden waren van leer. De jongen had een keer gevoeld wat stroom kan doen, op de boot toen hij een fout had gemaakt. Hij was daarna een uur buiten westen geweest. Waneer de tweede tang het ijzer zou raken, zou hij onder stroom gezet worden, wist de jongen. Ofschoon de jongen wist wat er zou komen, was de pijn totaal onverwacht gekomen. Zijn lichaam reageerde door stram te worden. De uitdrukking op zijn gezicht scheen te bevriezen. Zijn lichaam verslapte zodra de tang van het bed werd gehaald.
“Ben je bereid te praten?”
Nu had de jongen willen antwoorden, maar hij vond de woorden niet meer. Stom staarde hij naar de eerste man. Hij zocht met zijn ogen de andere man, maar deze had de ruimte verlaten. Hij sloot ontgoocheld weer de ogen. Hij had het in zijn hoofd geprent dat alleen de andere man hem kon helpen. Alleen de andere man was vriendelijk en wou hem helpen.
De behandeling duurde tot de jongen het bewustzijn verloor. Hij kon zich niet herinneren hoe lang alles nu geduurd had. Toen hij weer wakker werd zat zoals gewoonlijk de andere man aan zijn bed. Hij had een glas water vast. De jongen staarde naar het glas. Hij kon het water haast ruiken.
De man hief zijn hoofd een beetje en liet de jongen wat drinken.
“Nu, jongen, ben je nog altijd niet bereid de waarheid te vertellen. Wil je dat we weer geweld gebruiken?”
Even bekeek hij zijn jonge gevangene, die op het bed lag vastgesnoerd. De jongen antwoordde niet. De man verliet de kamer weer en de eerste kwam weer bij het bed staan.
“Je bent wel koppig,” zei hij, “maar daar weten we wel onze weg mee.” De jongen zag dat de man een haaknaald in zijn hand had. Hij begreep echter niet waarom. Dan voelde hij het. De naald werd in zijn penis gestoken en daarna verhit. De pijn die kwam, was een pijn die de jongen nog nooit had gevoeld. Beelden flitsten door zijn hoofd. Hij had ooit, toen de schipper hem had willen slaan, de man daar geschopt. Zou de pijn hetzelfde zijn?
“Dit is de laatste dag, jongen, je laatste kans om te praten.” De andere man zat voor hem op het bureau. Hij was weer vastgemaakt op de stoel. De jongen staarde naar de man. Hij zag hoe een van de soldaten een spuit pakte en iets uit een flesje in de spuit deed. De andere man ging achter hem staan. De jongen drukte zijn hoofd tegen de borst van de man die hem over het haar en over de wangen streelde.
“Weet je wat dit is, jongen?” Hij wachtte even voor hij verder praatte: “Dit is een waarheidserum. We zullen je alles laten vertellen.”
De jongen vroeg zich af waarom ze het dan niet eerder hadden gebruikt. Dan had hij toch niet door al die pijn moeten gaan. Het was alsof de man zijn gedachten kon raden, want hij ging verder: “Je zult je wel afvragen waarom we het niet eerder hebben gebruikt, jongen. Nietwaar? Het is namelijk zo, dat dit spul ook zeer giftig is. Na de uitwerking van de spuit ben je dood, jongen, is het dat soms wat je wil?”
De jongen schudde zijn hoofd.
“Hoe oud ben je, jongen, 15 nietwaar?”
De jongen knikte. Hij zou over een half jaar 16 worden.
“Als je je 16de verjaardag nog wilt halen, dan is het nu de tijd om te praten.” De man wreef teder over zijn haar. Dan, plotseling maakte hij de rechterarm van de jongen los en strekte ze naar voor. De soldaat pakte de pols van de jongen en bond de arm af. Hij tikte zacht op de onderarm van de jongen om een ader te zoeken en dan kwam de spuit dichterbij. De jongen schudde wanhopig zijn hoofd. Hij zocht naar woorden, maar kon ze niet vinden. Een paar keer deed hij poging om iets te zeggen, maar het lukte hem niet. De andere man zag dat hij iets wou zeggen en duwde de hand van de soldaat weg.
“Wacht, ik geloof dat onze jonge vriend iets wilt zeggen, nietwaar?” Hij legde zijn handen op de schouders van de jongen.
De jongen begon te praten, met horten en stoten, alsof hij het allemaal niet snel genoeg kon zeggen. Toen hij uitgepraat was, staarde hij naar de grond. De man drukte even in zijn schouders.
“Ik heb je gezegd dat je binnen 7 dagen alles zou vertellen wat we wouden weten. Ik heb altijd gelijk.”
Hij gaf een van de soldaten een teken om een glas water te gaan halen. Hij liet de jongen daarna drinken.
“Breng hem naar de schipper en geef hem wat te eten.”
Weer werd de jongen losgemaakt en omhoog getrokken. Deze keer ging de weg niet naar een of ander folterwerktuig, maar naar buiten, naar de cellen. Hij werd ergens naar binnen geduwd. Hij voelde hoe hij opgepakt werd en op een harde brits werd gelegd. Een deken werd over hem gelegd. Het was niet de andere man: het was zijn schipper die bezorgd zijn hand op het voorhoofd van de jongen legde. De jongen sloeg de hand weg en begon zichzelf te slaan. De schipper duwde zijn handen tegen het bed en praatte op de jongen in. Hij wist dat de jongen alles verteld had, maar hij kon niet kwaad zijn. Hij zag in welke toestand de jongen naar hier was gebracht en hij wist niet wat hij kon doen om de jongen te helpen. Hij hield de jongen vast tot dat deze in slaap viel. De jongen sliep lang. Toen hij weer wakker werd, had hij verwacht het gezicht van de andere te zien en hij schrok toen het zijn schipper was. Hij herinnerde zich nu ook dat hij alles had verteld.
“Ik heb alles gezegd, schipper,” zei hij stil.
De schipper legde zijn hand op de mond van de jongen.
“Ik weet het, jongen, maak je geen zorgen.”
De jongen begon heftig te huilen. Toen hij uitgehuild was, viel hij weer in slaap. Hij had veel slaap in te halen. De schipper bleef al die tijd bij de brits en elke keer als de jongen wakker werd, praatte hij op de jongen in. Er werden kleren voor de jongen gebracht, die de jongen aantrok. Hij zei haast geen woord meer. De jongen had zich opgesloten in zijn wereld en de schipper geraakte er niet meer in. Na een aantal dagen ging de deur weer open. De schipper wist dat ze hen kwamen halen. Hij wekte de jongen en trok hem van de brits. De jongen keek met angstige ogen naar de mannen. Hij verschool zich een beetje achter de schipper. De schipper pakte hem bij de pols en ze volgden de soldaten. De man voelde hoeveel moeite het de jongen kostte om te lopen. Hij hoorde de jongen kreunen en hijgen. Ze werden nar de ondervragingskamer gebracht, waar de eerste en de andere aanwezig waren. De andere zat achter het bureau op de stoel en de eerste stond naast hem. Ze keken op toen beide gevangenen werden binnengebracht. De schipper stond recht op en bekeek de beide mannen onbewogen. De jongen naast hem stond ineengedoken. Hij hield de arm van zijn schipper vast, in de hoop dat deze hem zou beschermen.
“Jullie worden in afwachting van het proces naar het KZ gebracht,” vertelde hen de andere man. Hij bekeek de jongen scherp. De jongen voelde dit. Schuw keek hij even op en zocht steun bij de schipper die voelde hoe bang de jongen was. Hij kende de jongen zo niet. De jongen had weliswaar nooit veel gezegd, maar hij had hem nog nooit zo bang gezien. Hij vroeg zich af wat ze met de jongen hadden gedaan om hem op zo korte tijd volledig te veranderen. De andere man stond op en kwam voor de jongen staan. Hij hief het hoofd van de jongen en wreef hem over zijn haar en over zijn wangen.
“Let op hem,” zei hij dan tegen de schipper. De schipper keek de andere even verbaasd aan. Dat was iets wat hij absoluut niet had verwacht.

Leave a Reply









Welkom op Jutblogt.
Wij zijn een groep virtuele vrienden met een gedeeld virtueel verleden, die besloten hebben ons aan een groepsblog te wagen.
Heel verscheiden, heel divers, soms scherp, soms grappig, maar vooral met plezier geschreven. Met deze blog gunnen we u een blik in onze ziel, en geloof ons, het is daar gezellig toeven.
Gisteren nog geheim en enkel voor een zeer select publiek, vandaag zomaar voor iedereen toegankelijk. Ook voor u. Gratis en voor niks. Veel leesplezier.






Profielen


Blablabla